Baduhenna

In 28 CE versloegen de Frisii de Romeinen in het Baduhennawoud, dat waarschijnlijk bij het huidige Velserbroek of Heiloo lag. De naam Baduhenna is afgeleid van het Germaanse *badwa-, ‘strijd.’ Baduhenna was dus niet alleen een woud-, maar ook een oorlogsgodin. Misschien had ze ook Keltische roots en is ze verwant aan de Ierse krijgsgodin Bodb, wellicht ook aan de Walkuren.

Wat we weten

Baduhenna was een godin die bekend is dankzij een vermelding van de Romeinse schrijver Tacitus. In zijn Annales IV beschrijft hij hoe in het jaar 28 CE de stam van de Frisii in opstand komen na een belastingverhoging. De belastinginners worden opgeknoopt en de gouverneur vlucht naar het nabijgelegen fort Flevum, dat aan zee ligt. Het leger valt de Frisii aan, maar door slechte planning loopt de confrontatie uit op een Romeinse nederlaag. Tacitus schrijft:

4.73.4 Mox compertum a transfugis nongentos Romanorum apud lucum quem Baduhennae vocant pugna in posterum extracta confectos, et aliam quadringentorum manum occupata Cruptorigis quondam stipendiari villa, postquam proditio metuebatur, mutuis ictibus procubuisse.  

4.73.4 Naderhand is men van overlopers te weten gekomen dat 900 Romeinen afgemaakt zijn in het zogenoemde Baduhennawoud, nadat zij de strijd tot de volgende dag hadden weten te rekken, en dat een andere afdeling van 400 eerst de villa bezet hadden van Cruptorix, die ooit als soldaat gediend had, en elkaar neergestoken hadden toen men verraad vreesde.

Vertaling: Ben Bijnsdorp[1]

Het woord lucus, dat Tacitus hier gebruikt, betekent ‘heilig woud.’ De slachting vond dus plaats in het heilige woud “van Baduhenna,” oftewel het Baduhennawoud.

Theorieën

Naam en functie

Het eerste gedeelte van de naam Baduhenna is afkomstig van het Proto-Germaanse *badwō-/*badwa-, ‘strijd.’[2] Naast haar functie als godin van het heilige woud was Baduhenna dus een godin van de oorlog, wat haar woud een toepasselijke plek maakt voor de overwinning van de Frisii.
Hetzelfde woord bestond in het Keltisch als *bodwo-, dat als secundaire betekenis ‘kraai’ had, en aan de wortel ligt van de latere Ierse oorlogs- en kraaiengodin Bodb.[3] Zij zaaide verwarring, paniek en psychose op het slagveld – wat doet denken aan de gebeurtenissen op de villa van Cruptorix, waar de 400 Romeinse soldaten bevangen werden door waanzin en elkaar neerstaken uit vrees voor verraad…[4] Wellicht waren Baduhenna en Bodb oorspronkelijk dezelfde godin, Keltisch van origine maar later gegermaniseerd.[5]

Voor het tweede deel van de naam, -henna, bestaan verschillende verklaringen. Het kan een vorm zijn van -henae, een achtervoegsel dat we ook in veel namen van matronen vinden. Een andere mogelijkheid is een connectie met Proto-Germaans *winnan-, ‘lijden, hard werken’ (vanwaar ook Nederlands winnen),[6] wat van Baduhenna ‘de strijdlustige’ zou maken.[7]

Dankzij haar associatie met de strijd is Baduhenna ook wel in verband gebracht met de Walkuren uit de Noordse mythologie. Samen met de Alaisiagae en verscheidene Ierse oorlogsgodinnen (waaronder Bodb) zou het bestaan van Baduhenna erop wijzen dat de Walkuren een Keltisch-Germaanse oorsprong hebben als strijdgodinnen die, ondanks hun sinistere karakter, door velen werden vereerd.[8]

Locatie van het woud

Het Baduhennawoud moet, volgens Tacitus’ beschrijving, ergens in het gebied van de Frisii hebben gelegen. Er zijn verschillende pogingen gedaan de locatie van het woud te bepalen. Sinds de opgraving van de resten van een fort bij het huidige Velsen (Noord-Holland), wordt algemeen aangenomen dat dit de locatie was van het castellum Flevum, dat volgens Tacitus in de buurt van het woud lag. Het fort werd gebruikt tussen 15 en 28 CE, dus een precieze match met de datum van de opstand van de Frisii.[9]

Het Baduhennawoud zelf is minder makkelijk te plaatsen. Braakman analyseert de kandidaat-locaties voor dit bos en komt uit bij twee mogelijke plaatsen in de buurt van Velsen: Heiloo en Velserbroek. De eerste is een sterke kandidaat door de ligging en de toponymie: Heiloo betekent ‘heilig bos’. Een probleem is echter het gebrek aan archeologische vondsten op deze locatie. Als er een veldslag had plaatsgevonden, zou men daar de sporen nog van verwachten. In het nabijgelegen Velserbroek werden wél resten van wapens, wapenrusting en paardentuig gevonden, wat kan wijzen op een veldslag, of op een heilige plaats – of beide. Maar in Velserbroek kan geen bos gestaan hebben, want het is een landtong die regelmatig onder water staat. Wim Braakman redeneert dat Tacitus, die het landschap nooit met eigen ogen gezien had, de plaats omschreef als bos terwijl het daadwerkelijk een moerasbos was, wat overeen zou kunnen komen met de locatie in Velserbroek. (Deze vergissing is wellicht minder vergezocht dan het lijkt. Het beroemde Teutoburgerwoud, waar de Germaan Arminius de Romeinen versloeg, was in werkelijkheid ook een moeras en niet, zoals Tacitus zei, een bos.)[10]

Persoonlijke ervaringen

Lees hier de persoonlijke interpretatie van Baduhenna van een Nederlandse heks. En deze website is geheel aan deze godin gewijd, hier vind je onder andere persoonlijke ervaringen en moderne ideeën over de godin.


[1] Tacitus, Annales IV 72-73, https://benbijnsdorp.nl/ann04_60.html
[2] Jan de Vries, Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 318. sci-hub.do/10.1515/9783110855197.288.
[3] Ranko Matasović, “*bodwo- ‘crow’,” in Etymological Dictionary of Proto-Celtic (Leiden: Brill, 2009).

[4] Wim Braakman, “Baduhenna. Godin van het slagveld,” Westerheem 50, no. 1 (2001): 2-12. http://hdl.handle.net/11370/d20d756d-f22b-4df4-ae77-97ebe43f7a76
[5] Corinna Scheungraber, “Forschungsbericht „Altgermanische Theonyme”: Zur Germanisierung keltischer Götternamen” (paper gepresenteerd op het 1. Grazer Kolloquium zur Indogermanischen Altertumskunde, Graz, Oostenrijk, 15 november 2013). https://www.academia.edu/2908285/Forschungsbericht_Altgermanische_Theonyme_Zur_Germanisierung_keltischer_G%C3%B6tternamen
[6] M. Philippa et al., “Winnen – (verkrijgen, zegevieren),” in Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, deel 2(Amsterdam: Amsterdam University Press, 2005), https://etymologiebank.nl/trefwoord/winnen
[7] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 318.
[8] Charles Donahue, “The Valkyries and the Irish War-Goddesses,” PMLA 56, no. 1 (1941): 8-11. https://www.jstor.org/stable/458935
[9] Arjen V.A.J. Bosman,“… castello cui nomen Flevum,” Westerheem 61, no. 6 (december 2012): 360. https://issuu.com/westerheem/docs/2012
[10] Braakman, “Baduhenna,” 10-11.

3 gedachten over “Baduhenna

  1. Inderdaad interessant….en: het is maar wat je als een bos beschouwt : een droog bos met eiken en beuken en open, heilige plekken (zoals het Heilooer Bos) of een nat bos op lagere, meer venige grond – of overgaand in een hellingbos (zoals de nieuwe lokatie van de Varus-slag in de Kalkriese, Noord-duitsland-) en wat verstond Tacitus dan onder een “woud”? De Velserbroek, met ongetwijfeld destijds een nat en verraderlijk moerasbos, veenpoelen (vandaar die offers en wapenvondsten) en andere slecht begaanbare plaatsen is voor bewapende Romeinen geen fijne plaats voor een veldslag en als het die Bataven is gelukt ze daarheen te lokken…..
    Verder: het laatste “oerbos”, dat is verkocht en gekapt was het Beekberger Woud, nu polder Het Woud ten ZO van Beekbergen. Dat was een nat bos met hakhout en alleen toegankelijk bij lagere waterstand of “s winters als de bodem bevroren was. Je hebt “bossen” en “bossen”. En een heilig bos – dicht, donker en ondoordringbaar – kan juist door het kontrast met een plotselinge open plek door blikseminslag (het ingrijpen van Donar?) ineens heel mysterieus en heilig zijn…. Laat staan, als er daardoor ook een gat in de bodem is geslagen, met een kuil waarin het “levenswater” voor ons of de dieren is achtergelaten. Zoals de vele voorbeelden hiervan op de Veluwe, langs middeleeuwse en prehistorische trek- en handelsroutes.
    Het rituele landschap heeft vele gedaantes (gehad) en ons geloof, bijgeloof en fantasie gevoed!

Laat een reactie achter bij Geldis Reactie annuleren