Matronen

De matronen waren godinnen die in drietallen vereerd werden in een groot gebied dat ook de Lage Landen beslaat. Ze hadden een breed scala aan functies, maar waren waarschijnlijk op de eerste plaats hoedsters van plaats, stam en familie, gevende en beschermende godinnen. Mogelijk zijn ze tevens verwant aan de Noord-Germaanse dísir. De attributen van de matronen duiden op een vruchtbaarheidsfunctie. Honderden inscripties aan de matronen zijn gevonden, met zowel Keltische als Germaanse bijnamen, die de godinnen verbinden met locaties en stammen, maar ook duiden op functies als geefsters en beschermsters.

Wat we weten

De Matres en Matronae (vanaf hier aangeduid met matronen) waren godinnen die in drietallen vereerd werden. Meer dan 1100 votiefstenen met inscripties en afbeeldingen van deze godinnen zijn gevonden, verspreid over het Nederrijngebied, Oost-Gallië, Groot-Britannië en Noord-Italië, uit de eerste eeuwen van de jaartelling.

De matronen dragen verschillende namen, zowel van Keltische als van Germaanse oorsprong. De verhouding tussen Keltische en Germaanse namen is ongeveer gelijk.[1] In totaal zijn bijna 100 verschillende matronennamen gevonden.[2] Van sommige matronen zijn tientallen inscripties gevonden, zoals de Matronae Vacallinehae, waarvan alleen al in het Duitse Pesch meer dan 100 inscripties werden gevonden. Ook in onder andere Bonn, Nettersheim, Keulen en Morken-Harff zijn tientallen tot honderden matroneninscripties gevonden.

Op enkele inscripties worden de matronen ook verbonden met andere Romeinse godinnengroepen, zoals de Iunones, beschermsters van meisjes en vrouwen, de Campestres, beschermsters van legerplaatsen, de Parcae, schikgodinnen, en de Suleviae.[3]

Op sommige inscripties wordt alleen Matronae of Matres vermeld, zonder toenaam, of is de toenaam niet meer leesbaar.

Afbeeldingen

Op een groot deel van de votiefstenen worden de matronen niet alleen genoemd, maar ook afgebeeld. Bijna uitsluitend worden de godinnen in drietallen voorgesteld. De afbeeldingen uit het Nederrijngebied tonen drie zittende vrouwen die manden met vruchten vasthouden. De middelste van de drie is een jonge vrouw met los haar; de andere twee hebben de haardracht van getrouwde vrouwen. De matronen uit Gallië daarentegen zijn steevast alledrie afgebeeld als getrouwde vrouwen en dragen losse vruchten of hoorns des overvloeds.[4] Sommige votiefstenen beelden tevens vereerders af.

Andere afgebeelde attributen zijn offergaven – naast vruchten en wierook ook varkens en vissen –, kinderen en luiers, planten, bomen en slangen,[5] brood, geld en spinwaren.[6]

Theorieën

Functie en cultus

Op basis van de matronennamen en de afbeeldingen die de inscripties vergezellen, lijken de matronen een breed scala aan functies te hebben gehad. Over het algemeen worden de matronen beschouwd als lokale godinnen met een beschermende en helpende functie.

Veel matronennamen etymologisch verbonden aan plaatsen of stammen – zoals de Matres Frisavae Paterniae – en zullen daarmee als hoedsters van de locatie of het volk gefungeerd hebben. Inscripties aan deze lokale matronen zijn niet alleen in de betreffende regio’s zelf gevonden, maar ook verder weg, vaak gemaakt door soldaten die de matronen van hun thuisland vereerden. Ook legerplaatsen konden door de matronen beschermd worden, getuige de Matres Campestres.

Matronen konden met zowel kleine als grote regio’s of groepen verbonden zijn – zo zijn er de Matres Frisavae, maar ook de Matres Italis Germanis Gallis Brittis, die een half continent onder hun hoede hadden.[7] Tevens zijn een aantal matronen vernoemd naar geografische plaatsen, in het bijzonder rivieren, zoals de Matronae Renahenae, de matronen van de Rijn.[8] Op verschillende votiefstenen worden niet alleen matronen aangeroepen, maar ook de genii locorum, de geesten van de plaats.

Andere matronennamen, zoals de Matronae Alagabiae, ‘algevenden’,[9] wijzen op een functie als schenkende godinnen. Waarschijnlijk staan de afbeeldingen van vruchten hiermee in verband, en zijn de matronen ook vruchtbaarheidsgodinnen.

De luiers en baby’s waarmee de matronen soms werden afgebeeld duiden tevens op een functie als beschermsters van de familie en geboorte, of wellicht zelfs een functie als vroedvrouw.[10],[11] De connectie met de familie blijkt ook uit de combinatie Matres Iunones en de bijnaam domesticae.[12]

Tevens hadden de matronen wellicht een chtonische aard, zoals Jan de Vries stelt.[13] Wellicht hebben de slangen die op enkele reliëfs worden afgebeeld, en vaak als symbool voor de onderwereld of de dood gelden, hier ook mee te maken.[14] Op drie inscripties uit Groot-Brittannië is de naam Matres Parcae gevonden[15] – de Parcae waren de Romeinse schikgodinnen – en Rudolf Much postuleert dat de matronen ook een rol als lotsgodinnen hadden.[16]

Enkele matronennamen duiden ook op een rol als strijdgodinnen, zoals de Matronae Boudunneihae.[17],[18] Ook met eden en de rechtspraak werden sommige matronen verbonden.[19]

Al met al kan gesteld worden dat de matronen niet slechts één functie hadden. Hun hoofdrol lijkt die van beschermgodinnen te zijn, die tevens een gevende dan wel helpende rol droegen. Ze werden zowel vereerd als stamgodinnen als als familiegodinnen, maar hadden een grote variëteit aan functies.

De matronen werden dan ook door zowel soldaten als burgers vereerd. Op basis van de namen van de dedicanten op de votiefstenen is ook vast te stellen dat de matronen niet slechts door de hoogste elite vereerd werden, maar tevens voor een groot deel door mensen uit lagere klassen – die evenwel geromaniseerd en geletterd dan wel welvarend genoeg waren om een votiefsteen te offeren.[20]

De matronen werden steevast in drietallen afgebeeld. Het is mogelijk dat ze beschouwd werden als een drie-eenheid – één godin die drie gezichten heeft[21] – maar dit verklaart niet de grote verschillen tussen de matronen op verschillende votiefstenen en afbeeldingen. Het is naar mijn mening waarschijnlijker dat de matronen verbonden individuen waren. In hoeverre ze als godinnen beschouwd werden, is niet zeker. Gezien hun alomtegenwoordigheid is het ook mogelijk dat ze eerder als geesten of andere bovennatuurlijke wezens vereerd werden, vergelijkbaar met de dísir (zie hieronder).

Over de oorsprong van de matronencultus is veel geschreven. Hoewel de helft van de matronennamen van Germaanse oorsprong is, zijn de votiefstenen voornamelijk in oorspronkelijk Keltisch gebied gevonden. Dit betekent niet dat de Germaanse stammen aan de oostzijde van de Rijn geen matronen vereerden, maar doordat zij niet romaniseerden heeft die eventuele cultus geen sporen nagelaten. Het is daarmee niet te bepalen of de matronencultus oorspronkelijk Keltisch was en werd overgenomen door de Germanen, of dat de cultus een gedeelde oorsprong had. Het is in ieder geval goed mogelijk dat de ontmoeting tussen Kelten en Germanen leidde tot een intensivering van de verering van de matronen en – in samenspel met de romanisering – het nalaten van de sporen ervan.[22]

Matres vs. Matronae

Of er een scherp onderscheid bestond tussen de titels Matres en Matronae is twijfelachtig. Sommige matronen, zoals de Aufaniae, zijn immers zowel als Matres als als Matronae genoemd. De titel Matronae komt echter ook voor als op zichzelf staande naam, terwijl na Matres altijd een eigennaam volgt (zoals Matres Frisavae Paterniae).[23] Tevens zijn er geografische verschillen in het gebruik van de termen: in het Nederrijngebied werd vooral Matronae gebruikt, in Noord-Italië uitsluitend, terwijl in Gallië voornamelijk Matres en Matrae voorkomen, en in Groot-Britannië alleen Matres.

Jan de Vries suggereert dat Matres verwijst naar daadwerkelijke moedergodinnen, en Matronae simpelweg naar godinnen die als getrouwde vrouwen vereerd werden.[24] Volgens Philip Shaw zou de Matronae-cultus een hogere status kunnen hebben dan die van de Matres, of zou het onderscheid te maken kunnen hebben met de afstand tussen de dedicant en zijn of haar thuisland.[25] Het is ook mogelijk dat Matronae een meervoudsvorm is van de naam van de Gallische moedergodin Matrona, en dat zowel Matres als Matronae verwijst naar moedergodinnen.[26]

Identificatie met andere godinnengroepen

Het onderscheid tussen matronen en andere godinnen lijkt niet altijd scherp te zijn geweest. Zo zijn de Suleviae, een andere lokale groep godinnen, af en toe bestempeld als matronen. Ook de godin Nehalennia lijkt een connectie met de matronen te hebben; een votiefsteen die aan haar gericht is, beeldt een drietal godinnen af, vergelijkbaar met de afbeeldingen van de matronen.

Ook met godinnengroepen uit later eeuwen zijn de matronen en hun cultus in verband gebracht. Zo zijn de matronen geïdentificeerd met de dísir, een groep vrouwelijke bovennatuurlijke wezens met een breed scala aan functies, waaronder vruchtbaarheid en bescherming. De nornen – schikgodinnen – werden als dísir beschouwd, en de bekendste nornen uit de Noordse mythologie vormen tevens een drietal.[27] Ook de walkuren waren dísir, en mogelijk een voortzetting van de matronen in hun rol als strijdgodinnen (zie ook de Alaisiagae). De dísir-cultus had tevens een sterk lokaal karakter, net als die van de matronen, en het is dus zeer goed mogelijk dat deze twee groepen daadwerkelijk verwant zijn.

Tevens is de matronencultus in verband gebracht met de Angelsaksische feestdag Modraniht, ‘moedersnacht,’ die eind december werd gehouden.  Wellicht is hier tevens een verband met het West-Noordse feest Dísablót, gevierd eind oktober in het begin van de winter, of het Zweedse Disting, begin februari. Dit zou kunnen betekenen dat ook de matronen een feestdag hadden die in de winter plaatsvond, maar dat is slechts speculatie.

In middeleeuws Duitsland en Nederland werden verschillende groepen van drie vrouwelijke heiligen vereerd, zoals de zusters Einbede, Warbede en Willebede. Ook dit geloof is mogelijk een voortzetting van de matronencultus.[28]

Matronen in de Lage Landen

Hoewel de sporen van de matronencultus in het Nederrijngebied zich vooral concentreren in het gebied rond Keulen, zijn er genoeg aanwijzingen dat de matronen tevens vereerd werden in de Lage Landen. Niet alleen vondsten in Nederland en België wijzen daarop, maar ook inscripties die verwijzen naar matronen die verbonden waren met plaatsen en stammen in deze omgeving.

Stammenmatronen

In Hoeilaart (Vlaams-Brabant) werd een votiefsteen gevonden met een inscriptie (CIL XIII 3585) gericht aan de Matronae Cantrusteihiae,[29] een naam die ook werd aangetroffen op twee Duitse inscripties. De naam Cantrusteihiae wordt gewoonlijk verbonden met de stamnaam van de Condrusi, die in de omgeving van de Ardennen leefden.[30]

Net over de Franse grens, in Bavay, werd een inscriptie (CIL XIII 3569) gevonden aan de Nervinae, waarschijnlijk de godinnen of matronen van de stam van de Nervii.[31] In Xanten dook een inscriptie (CIL XIII 8633) op aan de Matres Frisavae Paterniae, de ‘vaderlijke moeders’ van ofwel de Frisii ofwel de Frisiavones.[32] De Matronae Hamavehae, gevonden op een inscriptie uit Jülich (CIL XIII 7846), zijn in verband gebracht met de stamnaam van de Chamavi.[33] Een inscriptie uit Lyon (CIL XIII 1765) vermeldt de Matres Augustiae Eburnicae, die mogelijk de moeders van de Eburoni waren.[34]

Een inmiddels verdwenen votiefsteen uit Keulen (CIL XIII 8219) noemt de Matres Paterniae Hiannanefates, of mogelijk Kannanefates, waaruit een onzekere connectie is gemaakt met de stam van de Cananefates.[35] Op een tevens verloren votiefsteen uit Xanten (CIL XIII 8630) worden de Matres Arsacae genoemd, geïnterpreteerd als de moeders van de stam van de Arsaci, die aan de Rijn ter hoogte van Mainz woonde. Het is echter ook mogelijk dat er Matres Marsacae bedoeld werd, en dat het de stam van de Marsaci betreft, die in het huidige Zeeland en Zuid-Holland leefde.[36]

Locatie-matronen

In Nijmegen werd in 1669 reeds een inscriptie (CIL XIII 8725) gevonden aan de Matres Mopates, geschonken door een graanhandelaar van de Nervii. De naam is geïnterpreteerd als Keltisch voor ‘moeders van het kind.’[37] De naam Mopates is echter ook in verband gebracht met de naam van de Moft, een bos nabij Nijmegen. De naam Mopates zou dan via het Gallo-Romaans en West-Germaans uiteindelijk tot het Oudnederlandse Moffet en het Nederlandse Moft kunnen zijn ontwikkeld.[38] Dit lijkt ervoor te spreken dat de Matres Mopates geen godinnen van de Nervii waren, maar lokale godinnen uit de Nijmeegse omgeving.

In Keulen en Deutz werden drie inscripties aan de Matronae Mah(a)linehae gevonden, die mogelijk verbonden waren met de stad Mechelen. Deze connectie is echter allerminst zeker; het zouden ook rechtsgodinnen kunnen zijn geweest.[39]

Ook de connectie tussen de Matronae Lanehiae en de plaats Lasne (bij Brussel, middeleeuwse naam Lanehe) is niet zeker.[40] De naam werd gevonden op een votiefsteen in Lechenich (CIL XIII 7976), en is ook wel in verband gebracht met die plaatsnaam, al verschilt de Latijnse naam daarvan (Laciniacum) sterk met Lanehiae.[41] Er zijn echter nog meer verklaringen mogelijk die niets met Lasne te maken hebben.[42]

De Matronae Renahenae, wier naam gevonden werd op een tweetal inscripties uit Bonn, worden over het algemeen beschouwd als de matronen van de Rijn (zie ook Rhenus).[43]

Tot slot wordt de naam van een van de meest genoemde matronengroepen, de Matronae Vacallinehae, waarvan bijna driehonderd inscripties en fragmenten zijn gevonden, wel geassocieerd met de rivier de Waal. De Latijnse naam voor deze rivierarm was Vacalus, de Germaanse Vahalis. De enkele l van deze naam is echter moeilijk te verenigen met de dubbele l in Vacallinehae.[44] De inscripties voor de Matronae Vacallinehae komen bovendien allemaal uit het Tempelbezirk bij het Duitse Pesch, nabij Bad Münstereifel – ruim 150 km van het beginpunt van de Waal. Een andere verklaring, zoals die die de Matronae Vacallinehae als woudgodinnen interpreteert,[45] is daarom waarschijnlijker, en deze matronen waren dus geen godinnen van eigen bodem.

Overige matronen van eigen bodem

Naast de matronen die expliciet met de Lage Landen verbonden zijn, zijn er verschillende andere overblijfselen van de matronencultus onder de inwoners van deze regio.

Nijmegen is in Nederland het rijkst aan matroneninscripties. Naast de eerdergenoemde Matres Mopates werden hier drie inscripties met alleen het woord Matribus en/of Matronis gevonden, gericht aan matronen zonder naam of wier naam verloren is gegaan.

Eén van deze inscripties (CIL XIII 1328) vermeldt tevens de Suleviae, wier verering wijdverbreid was, onder andere in Gallië, Brittannië en Galicië. Op enkele inscripties worden zij ook de Matres Suleviae genoemd.[46] De functie van de Suleviae is niet zeker; hun naam kan mogelijk ‘godinnen van de warme bronnen’ of ‘zonnegodinnen’ betekenen, maar andere opties zijn ook mogelijk.[47] Tevens in Nijmegen gevonden werd een inscriptie aan de Matronae Aufaniae (CIL XIII 8724), waarvan ruim 80 inscripties gevonden zijn, voornamelijk in Bonn, Nettersheim en Keulen.[48]

In Vechten (Utrecht) werd tevens een Matres-inscriptie gevonden, maar de hier genoemde Matres Noricae waren verbonden met Noricum, een Romeinse provincie waar nu Oostenrijk en Slovenië liggen.[49]

In Groot-Britannië is een aantal matroneninscripties gevonden die gemaakt zijn door inwoners van de Lage Landen. Zo werd in Housesteads (Muur van Hadrianus) een inscriptie van het Cohort I Tungrorum gevonden, gericht aan naamloze matres (CIL VII 653).[50]

In Cramond, bij Edinburgh, werd een votiefsteen gevonden met een inscriptie (CIL VII 1084) aan de Matres Alaterviae en de Matres Campestres, tevens gedoneerd door het Cohort I(I) Tungrorum. De stam van de Tungri leefde in oost-België, rond Tongeren. Wellicht zijn de Matres Alaterviae gerelateerd aan de Matronae Alaferhuiae uit Bonn.[51] De naam kan ook ‘al-trouw’ of ‘woudgodinnen’ betekenen.[52] De Campestres waren beschermgodinnen van legerplaatsen.

Een gedeeltelijk beschadigde inscriptie (CIL VII 319) die gevonden werd in Old Penrith, is gericht aan de Deae Matres Transmarinae, de Overzeese Moedergodinnen. Mogelijk wordt hier ook de naam van de stam van de Marsaci vermeld, die in het huidige Zeeland leefde. Hoewel deze lezing past in het feit dat hier de Overzeese moeders worden aangeroepen, is de lezing zeer onzeker: alleen de letters M en R van Marsacorum zijn nog te zien.[53]

Replica van een altaar aan de Matronae Aufaniae (hier Deae Aufaniae genoemd) uit Nettersheim
Bron: Frank Vincentz, Wikimedia Commons

[1] Rudolf Simek, “Matron cult,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
[2] B. H. Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” in Religion (Heidentum: Religiösen Verhältnisse im Provinzen), ed. Wolfgang Haase (Berlijn: De Gruyter, 1986), 646. sci-hub.do/10.1515/9783110861464-012
[3] Jan de Vries, “Weibliche Gottheiten,” in Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 295-296. https://sci-hub.do/10.1515/9783110855197.288
[4] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 290.
[5] Simek, “Matron cult.”
[6] Philip Shaw, Pagan Goddesses in the Early Germanic World: Eostre, Hreda and the Cult of Matrons (Londen: Bristol Classical Press, 2011), 44.
[7] RIB 88, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/88
[8] Rudolf Simek, “Renahenae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall(Cambridge: DS Brewer, 1993).
[9] “Matronae Alagabiae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.265
[10] Simek, “Matron cult.”
[11] Miranda Green, Symbol and imagery in Celtic religious art (London: Routledge, 1992), 191-203.
[12] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 295.
[13] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 296.
[14] Simek, “Matron cult.”
[15] RIB 951, RIB 881 & AE 1998, 837a
[16] Rudolf Much, “Waren Die Germanen Des Caesar Und Tacitus Kelten?” Zeitschrift Für Deutsches Altertum Und Deutsche Literatur 65, no. 1/2 (1928): 44. http://www.jstor.org/stable/20652838
[17] “Matronae Boudunneihae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.50
[18] Simek, “Matron cult.”
[19] De Vries, “Weibliche Gottheiten,”  294.
[20] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 288.
[21] Green, Symbol and imagery, 203-204.
[22] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 290-291.
[23] Shaw, Pagan Goddesses, 44.
[24] Simek, “Matron cult.”
[25] Shaw, Pagan Goddesses, 44-47.
[26] Bernard Mees, “Early Rhineland Germanic,” NOWELE. North-Western European Language Evolution 49, no. 1 (2006): 13-49. sci-hub.do/10.1075/nowele.49.02mee
[27] Urðr, Verðandi en Skuld, zoals genoemd in Vǫluspá
[28] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 296-302.
[29] “HD040302,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD040302
[30] “Matronae Cantrusteihiae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.21
[31] Noémie Beck, “Celtic Divine Names Related to Gaulish and British Population Groups,” In Théonymie Celtique, Cultes, Interpretatio – Keltische Theonymie, Kulte, Interpretatio, edited by Andreas Hofeneder, Patrizia de Bernardo Stempel, Hainzmann Manfred en Mathieu Nicolas (Wein: Austrian Academy of Sciences Press, 2013), 51.  Accessed September 21, 2020. http://www.jstor.org/stable/j.ctv8mdn28.7
[32] M. C. Galestin, “Frisii and Frisiavones,” Palaeohistorica 49/50 (2007/2008), 697. https://ugp.rug.nl/Palaeohistoria/article/view/25159/22611
[33] Rudolf Simek, “Hamavehae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall(Cambridge: DS Brewer, 1993).
[34] Garrett Olmsted, The gods of the Celts and the Indo-Europeans (revised edition 2019) (oorspronkelijke publicatie: Innsbruck, 1994), 415. https://www.academia.edu/38135817/The_Gods_of_the_Celts_and_the_Indo_Europeans_revised_2019_
[35] “Matres Hiannanef…”, Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.321
[36] “Matres Arsacae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.124
[37] “Matres Mopates,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.42
[38] Peter Alexander Kerkhof, “Romaans aan de Rijn: enkele Romeinse plaatsnamen in Nederland,” Neerlandistiek, 6 augustus 2014, https://www.neerlandistiek.nl/2014/08/romaans-aan-de-rijn-enkele-romeinse-plaatsnamen-in-nederland/
[39] Rudolf Simek, “Mah(a)linehae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall(Cambridge: DS Brewer, 1993).
[40] Rudolf Simek, “Lanehiae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall(Cambridge: DS Brewer, 1993).
[41] Olmsted, The gods of the Celts, 425.
[42] “Matronae Lanehiae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.57
[43] “Matronae Renahenae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.280
[44] Olivier van Renswoude, “Over de Waal,” Taaldacht, 16 september 2019, https://taaldacht.nl/2019/09/16/over-de-waal/
[45] “Matronae Vacallinehae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.251
[46] “Suleviae,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.36
[47] Rudolf Simek, “Suleviae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
[48] “HD066431,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD066431
[49] “HD081944,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD081944
[50] “RIB 1598,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1598
[51] “RIB 2135,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/2135
[52] Rudolf Simek, “Alaterv(i)ae,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
[53] “RIB 919,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/919
%d bloggers liken dit: