Baduhenna

In 28 CE versloegen de Friezen de Romeinen in het Baduhennawoud, dat waarschijnlijk bij het huidige Velserbroek of bij Heiloo lag. De naam Baduhenna is afgeleid van het Germaanse *badwa, ‘strijd,’ en ze wordt algemeen beschouwd als oorlogsgodin. Misschien had ze ook Keltische roots en was ze verwant aan de Ierse godin Badb.

Wat we weten

Baduhenna is een godin die bekend is dankzij haar vermelding in Tacitus’ Annales IV, hoofdstuk 73. Hij beschrijft hoe de Friezen in opstand komen na een belastingverhoging en het Romeinse leger verslaan in het Baduhennawoud. De gebeurtenissen spelen zich af in het jaar 28 CE.

Hieronder is ook het laatste deel van hoofdstuk 72 toegevoegd als referentie voor de theorieën op deze pagina.

Direct naar theorieën ↓

4.72.3 Hinc ira et questus et postquam non subveniebatur remedium ex bello. Rapti qui tributo aderant milites et patibulo adfixi: Olennius infensos fuga praevenit receptus castello cui nomen Flevum; et haud spernenda illic civium sociorumque manus litora Oceani praesidebat.  

4.72.3 Hieruit kwam wrok voort en geklaag en toen er geen verlichting kwam probeerden ze een oplossing te forceren door middel van oorlog. De soldaten die voor de inning van de belasting aanwezig waren werden gegrepen en aan de galg geknoopt: Olennius wist door een vlucht zijn vijanden te vlug af te zijn en trok zich terug in een versterking dat de naam ‘Flevum’ droeg. Daar bewaakte een niet onaanzienlijke menigte burgers en bondgenoten de kust van de Oceaan.

4.73.1 Quod ubi L. Apronio inferioris Germaniae pro praetore cognitum, vexilla legionum e superiore provincia peditumque et equitum auxiliarium delectos accivit ac simul utrumque exercitum Rheno devectum Frisiis intulit, soluto iam castelli obsidio et ad sua tutanda degressis rebellibus. Igitur proxima aestuaria aggeribus et pontibus traducendo graviori agmini firmat.

4.73.1 Zodra dit bij Lucius Apronius, de pro-praetor van Beneden-Germanië, bekend was geworden, ontbood hij de eenheden van de legioenen uit de Boven-Provincie alsmede uitgelezen infanterie en cavalerie van de hulptroepen en voerde beide legereenheden de Rijn af naar de Friezen. Het beleg van het fort was toen al opgeheven en de opstandelingen waren weggetrokken om hun eigendommen te verdedigen. Derhalve verstevigde hij de moerassen in de buurt met dijken en veenbruggen om daar de zwaardere legertros overheen te voeren.

4.73.2 Atque interim repertis vadis alam Canninefatem et quod peditum Germanorum inter nostros merebat circumgredi terga hostium iubet, qui iam acie compositi pellunt turmas socialis equitesque legionum subsidio missos. Tum tres leves cohortes ac rursum duae, dein tempore interiecto alarius eques immissus: satis validi si simul incubuissent, per intervallum adventantes neque constantiam addiderant turbatis et pavore fugientium auferebantur.

4.73.2 En na intussen doorwaadbare plaatsen gevonden te hebben gaf hij een ruiterafdeling van de Canninefaten en wat er aan Germaanse ruiters tussen de onzen diende de opdracht om met een omtrekkende beweging in de rug te komen van de vijanden, die, al voor een veldslg opgesteld, de cavalarie van de bondgenoten en de te hulp gezonden ruiterij van de legioenen onder zware druk zetten. Toen zijn drie lichtgewapende cohorten en daarna weer twee en, nadat er vervolgens enige tijd tussen verlopen was, de ruiterij van de bondgenoten opafgestuurd. Hoewel die sterk genoeg zouden zijn geweest als zij tegelijk aangevallen hadden, hebben zij nu, omdat ze bij tussenpozen gearriveerd waren, enerzijds niets bijgedragen aan het moreel bij de soldaten die al in verwarring gebracht waren en anderzijds werden zij door de schrik van de vluchtenden meegesleurd.

4.73.3 Cethego Labeoni legato quintae legionis quod reliquum auxiliorum tradit. Atque ille dubia suorum re in anceps tractus missis nuntiis vim legionum implorabat. Prorumpunt quintani ante alios et acri pugna hoste pulso recipiunt cohortis alasque fessas vulneribus. Neque dux Romanus ultum iit aut corpora humavit, quamquam multi tribunorum praefectorumque et insignes centuriones cecidissent.

4.73.3 Toen stelde Apronius aan Cethegus Labeo, onderbevelhebber van het vijfde legioen, alles ter beschikking wat hij nog aan hulptroepen had. En ook hij, door de hachelijke omstandigheden van de zijnen in een gevaarlijke positie gebracht, verzocht dringend om de hoofdmacht van de legioenen door het zenden van boden. Toen stormden de mannen van het vijfde legioen vóór de anderen naar voren en, door de vijand in een verbeten gevecht op de vlucht te drijven, ontzetten zij de cohorten en eskadrons die uitgeput waren door verwondingen. En de Romeinse aanvoerder trok niet op wraak uit noch begroef hij de gesneuvelden, ofschoon er veel tribunen en praefecten en aanzienlijke centurio’s gesneuveld waren.

4.73.4 Mox compertum a transfugis nongentos Romanorum apud lucum quem Baduhennae vocant pugna in posterum extracta confectos, et aliam quadringentorum manum occupata Cruptorigis quondam stipendiari villa, postquam proditio metuebatur, mutuis ictibus procubuisse.    

4.73.4 Naderhand is men van overlopers te weten gekomen dat 900 Romeinen afgemaakt zijn in het zogenoemde Baduhennawoud nadat zij de strijd tot de volgende dag hadden weten te rekken, en dat een andere afdeling van 400 eerst de villa bezet hadden van Cruptorix, die ooit als soldaat gediend had, en elkaar neergestoken hadden toen men verraad vreesde.

Vertaling: Ben Bijnsdorp[1]

Theorieën

Naam

De naam Baduhenna wordt algemeen aangenomen als zijnde afgeleid van het Germaanse *badwa, oftewel ‘strijd’. Het tweede deel van haar naam zou gerelateerd kunnen zijn aan het Gotische winno, ‘drift’, en het Oudhoogduitse winna, ‘twist’. Het suffix -enna­ ­komt echter vaak voor bij Keltische godheden. Corinna Scheungraber (2013) onderzoekt de mogelijkheid van een Keltische oorsprong en concludeert dat het mogelijk is dat de naam Baduhenna een germanisering is van de Keltische godheid *Bodu̯ā, die ook waarschijnlijk aan de wortel ligt van de latere Ierse oorlogs- en kraaiengodin Bodb/Badb.[2]

Wim Braakman maakt ook de verbinding met de Keltische Badb, die verwarring, paniek en psychose teweegbracht op het slagveld, en relateert dit zelfs aan de waanzin op de villa van Cruptorix, waar de Romeinen elkaar neerstaken uit vrees voor verraad (4.73.4). “Baduhenna had opnieuw toegeslagen.”[3]

Locatie van het woud

Naar de locatie van het Baduhennawoud en het castellum Flevum, dat in hoofdstuk 72 wordt genoemd, zijn reeds vele gissingen gedaan.

Sinds de opgraving van de resten van een fort bij het huidige Velsen (Noord-Holland) wordt algemeen aangenomen dat dit de locatie was van het castellum Flevum. De val van het fort is op basis van de door Tacitus vermelde veldslag gedateerd op 28 CE.[4] Wim Braakman vergelijkt verschillende genoemde locaties voor het fort en bevestigt dat Velsen inderdaad het best aan de beschrijving voldoet.

Het Baduhennawoud is minder makkelijk te plaatsen. Braakman analyseert de kandidaat-locaties voor dit bos en komt uit bij twee mogelijke locaties: Heiloo en Velserbroek. De eerste is een sterke kandidaat door de ligging en de toponymie: Heiloo betekent ‘heilig bos’.[5] Een probleem is echter het gebrek aan archeologische vondsten die duiden op een veldslag op deze locatie. In Velserbroek echter werden resten van wapens, wapenrusting en paardentuig gevonden, wat kan wijzen op een veldslag of op een heilige plaats – of beide. Maar in Velserbroek kan geen bos gestaan hebben, want het is een landtong die regelmatig onder water staat. Braakman redeneert dat Tacitus, die het landschap nooit met eigen ogen gezien had, de plaats omschreef als bos terwijl het daadwerkelijk een moeras(bos) was, wat overeen zou kunnen komen met de locatie in Velserbroek. (Deze vergissing is wellicht minder vergezocht dan het lijkt, aangezien het beroemde Teutoburgerwoud waar Arminius de Romeinen versloeg, ook geen woud was, maar een moeras.)[6]

Persoonlijke ervaringen

Lees hier de persoonlijke interpretatie van Baduhenna van een Nederlandse heks. En deze website is geheel aan deze godin gewijd, hier vind je onder andere persoonlijke ervaringen en moderne ideeën over de godin.


[1] Ben Bijnsdorp, “Annales IV, 60/75,” bezocht op 28 april 2020, https://benbijnsdorp.nl/ann04_60.html
[2] Corinna Scheungraber, “Forschungsbericht „Altgermanische Theonyme”: Zur Germanisierung keltischer Götternamen”  (paper gepresenteerd op het 1. Grazer Kolloquium zur Indogermanischen Altertumskunde, Graz, Oostenrijk, 15 november 2013). https://www.academia.edu/2908285/Forschungsbericht_Altgermanische_Theonyme_Zur_Germanisierung_keltischer_G%C3%B6tternamen
[3] Wim Braakman, “Baduhenna. Godin van het slagveld,” Westerheem 50, no. 1 (2001): 2-12. http://hdl.handle.net/11370/d20d756d-f22b-4df4-ae77-97ebe43f7a76
[4] Arjen V.A.J. Bosman,“… castello cui nomen Flevum,” Westerheem 61, no. 6 (december 2012): 360. https://issuu.com/westerheem/docs/2012 [blz 360]
[5] Etymologiebank.nl, s.v. “Heiloo – (geografische naam),” bezocht op 29 april 2020, http://etymologiebank.nl/trefwoord/heiloo
[6] Braakman, “Baduhenna,” 10-11.

One thought on “Baduhenna

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: