De Alaisiagae

De Alaisiagae was een benaming van godinnen die in paren vereerd werden. Of het om twee godinnen gaat, of meerdere godinnen die in losse tweetallen vereerd werden, is niet bekend. Ze werden vereerd door de Tuihanti, maar hun functie is onderwerp van discussie. Misschien waren ze verbonden met het recht en de rechtspraak, misschien waren het strijdgodinnen, verwant aan de Walkuren.

Wat we weten

De Alaisiagae worden genoemd op een totaal van drie inscripties die gevonden zijn in het huidige Housesteads bij de Muur van Hadrianus.

De eerste inscriptie (RIB 1593) luidt: “DEO MARTI THINGSO ET DUABUS ALAISIAGIS BEDE ET FIMMILENE ET N(UMINI) AUG(USTI) GERM(ANI) CIVES TUIHANTI V(OTUM) S(OLVERUNT) L(IBENTES) M(ERITO),” oftewel “Aan de god Mars Thingsus en de twee Alaisiagae, Beda en Fimmilena, en de goddelijkheid van de keizer, hebben de Germaanse burgers van de Tuihanti hun belofte ingelost, gaarne en met reden.” De pilaar waarop de inscriptie staat werd in 1883 gevonden en heeft aan de zijkant een afbeelding van de god Mars en twee vrouwen, vermoedelijk de Alaisiagae.[1] De geschatte datum van de pilaar is 122 tot 300 CE.[2]

In hetzelfde jaar werd een andere votiefsteen met een inscriptie aan de Alaisiagae  (RIB 1594) gevonden: “DEO MARTI ET DUABUS ALAISIAGIS ET N(UMINI) AUG(USTI) GER(MANI) CIVES TUIHANTI CUNEI FRISIORUM VER(COVICIANORUM) SE(VE)R(IANI) ALEXANDRIANI VOTUM SOLVERUNT LIBENT[ES] M(ERITO),” in het Nederlands: “Aan de god Mars en de twee Alaisiagae, en de goddelijkheid van de keizer, hebben de Germaanse burgers van de Tuihanti van de Friese cuneus van Vervovicium, van Severus Alexander, hun gelofte ingelost, gaarne en met reden.”[3] De steen wordt gedateerd op 222-235 CE.[4] Met “de god Mars” word hier mogelijk ook Mars Thingsus bedoeld, net als in de bovenstaande inscriptie.[5]

Tot slot werd in 1920 een derde votiefsteen gevonden met de inscriptie (RIB 1576): “DEABUS ALAISIAGIS BAUDIHILLIE ET FRIAGABI ET N(UMINI) AUG(USTI) N(UMERUS) HNAUDIFRIDI V(OTUM) S(OLVIT) L(IBENS) M(ERITO),” oftewel: “Aan de godinnen de Alaisiagae, Baudihillia en Friagabis, en de goddelijkheid van de keizer, heeft de eenheid van Hnaudifridus zijn belofte ingelost, gaarne en met reden.”[6] Ook deze steen wordt gedateerd op 122-300 CE.[7]

Theorieën

Hoewel er geen inscripties van de godinnen zijn gevonden in de Lage Landen, leefden de Tuihanti, die op twee van de inscripties worden vermeld, gedeeltelijk in het huidige Twente. Ook de naam Hnaudifridus is vermoedelijk van Tuihanti- of Frisii-afkomst.[8] Het is dus alleszins mogelijk dat de Alaisiagae vereerd werden onder op Nederlandse bodem.

Uit de inscripties blijkt dat de Alaisiagae steevast in paren vereerd werden. Het is mogelijk dat Beda en Baudihillia naar dezelfde godin verwijzen, net als Fimmilena en Friagabis. De namenparen hebben immers dezelfde beginletters. De oorsprong van de namen wordt gewoonlijk beschouwd als Germaans, hetgeen overeenkomt met de herkomst van de dedicanten.

De theorieën rond de Alaisiagae zijn onder te verdelen in twee kampen. Het ene kamp interpreteert de Alaisiagae als godinnen van het recht, het andere ziet ze als strijdgodinnen, verwant met de Walkuren.

Een aantal aanwijzingen duiden op een connectie met de rechtsspraak. Op een inscriptie worden de Alaisiagae Beda en Fimmilena genoemd naast Mars Thingsus, die gezien wordt als god van de rechtspraak (things). De namen Beda en Fimmilena zouden verwant kunnen zijn met “de Friese rechtsformules bodthing en fimelthing” en respectievelijk ‘dagvaarding’ en ‘eindprocedure’ kunnen betekenen. Beda en Fimmilena zouden dan Mars Thingsus begeleiden als god van de rechtspraak.[9]

Aan de andere kant zijn er aanwijzingen voor een associatie met strijd. De naam Baudihillia is verklaard als ‘overwinningsstrijdster’ (zie ook Baduhenna), terwijl Friagabis ‘vrijgevig’ zou betekenen, wellicht ‘vrijgevig met buit.’[10] Ook is deze naam verklaar als ‘de vrijheid gevende.’ Daarnaast was Mars een oorlogsgod, evenals zijn Germaanse tegenhanger(s) Tiwaz en mogelijk ook Thingsus. Oorlog en things waren tevens sterk met elkaar verbonden.[11] Het feit dat de drie vermeldingen van de Alaisiagae werden gevonden bij de Muur van Hadrianus duidt er tevens op dat ze vereerd werden door militairen. Jan de Vries noemt de etymologie van Baudihillia  “weinig overtuigend,” maar neemt wel de verklaring van Friagabis over.[12]

De interpretatie van het woord Alaisiagae geeft geen uitsluitsel. Zo is de naam verbonden met de twee Oudnoorse woorden eisa en eira, die elk tot een andere verklaring kunnen leiden; respectievelijk ‘de Verschrikkelijke Aanstormenden’ en ‘de Algeëerden.’[13] Het eerste zou goed passen bij een functie als Walkuren, maar alle theorieën zijn betwist. B. H. Stolte noemt de naam dan ook met recht niet bevredigend verklaard.[14]

Al met al is het nog allerminst zeker wat de (hoofd)functie van de Alaisiagae was. Vanzelfsprekend is het mogelijk dat de godinnen een dubbele functie hadden, of dat de functies met elkaar verweven waren. Wellicht gaat het ook niet om één paar godinnen, maar om meerdere paren die elk een eigen rol hadden.


[1] “RIB 1593,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1593
[2] “HD070768,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD070768
[3] “RIB 1594,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1594
[4] “HD070769,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD070769
[5] B. H. Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” in Religion (Heidentum: Religiösen Verhältnisse im Provinzen), ed. Wolfgang Haase (Berlijn: De Gruyter, 1986), 656. sci-hub.tw/10.1515/9783110861464-012
[6] “RIB 1576,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1576
[7] “HD026419,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD026419
[8] J. E. Bogaers, “Een Bataaf in Dalmatia,” Numaga: Tijdschrift Gewijd aan Heden en Verleden van Nijmegen en Omgeving 13, 4, (1966), 165. https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/26467/26467
[9] Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” 656.
[10] Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” 656.
[11] Charles Donahue, “The Valkyries and the Irish War-Goddesses,” PMLA 56, no. 1 (1941): 8-11. https://www.jstor.org/stable/458935
[12] Jan de Vries, “Weibliche Gottheiten,” in Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 317. https://sci-hub.tw/10.1515/9783110855197.288.
[13] De Vries, “Weibliche Gottheiten,” 317.
[14] Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” 656.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: