Volksverhalen

Wie zich verdiept in het heidendom van deze mythologie-arme streken, stuit vroeg of laat op folklore. Ondanks de vele eeuwen die zich uitstrekken tussen de optekening en de kerstening hebben veel volksverhalen nog altijd elementen die niet van het christendom afkomstig zijn, maar hun wortels hebben in het heidendom. Daarom is het interessant om, naast het ‘oorspronkelijke’ heidendom en de goden en godinnen van eigen bodem, ook de volksverhalen en het volksgeloof van de middeleeuwen en de moderne tijd te bestuderen.

Volksverhalen zijn er in verschillende soorten. Wat iedere categorie precies inhoudt, en wat er bedoeld wordt met de verschillende termen, kan soms onduidelijk zijn. Verwarring rondom de juiste terminologie wordt nog verergerd doordat in het Engels een aantal valse vrienden voorkomen. Dit zijn de belangrijkste categorieën:

  • Een mythe (Engels: myth) is een verhaal waarin goden een rol spelen. De bovennatuurlijke elementen en magie zijn afkomstig van de goden.
  • Een legende (Engels: (saint’s) legend) is een verhaal waarin een christelijke heilige een rol speelt. Magie komt voor in de vorm van wonderen.
  • Een sage (Engels: legend) is een verhaal met een sterk lokaal karakter. Bovennatuurlijke elementen en magie komen voor op kleine schaal en zijn gelinkt aan specifieke plaatsen en figuren.
  • Een saga (Engels: saga) is een middeleeuws IJslands episch verhaal. Bovennatuurlijke elementen en magie komen vaak wel voor, maar zijn meer onderdeel van het decor dan belangrijke plotelementen. Saga’s zijn eigenlijk geen echte volksverhalen.
  • Een sprookje (Engels: fairy tale) is een verhaal dat moraliserend en/of amusant is, meestal met een echt plot en een happy end. Bovennatuurlijke elementen en magie kunnen verschillende oorsprongen hebben. Een sprookje hoeft geen volksverhaal te zijn, maar kan ook door een schrijver geschreven worden – een voorbeeld is Hans Christian Andersen, wiens sprookjes even bekend zijn als de volkssprookjes van Grimm.
  • Een fabel (Engels: fable) is een moraliserend verhaal waarin antropomorfe dieren een hoofdrol spelen. Een fabel speelt zich daarmee af in een andere wereld, waarin bovennatuurlijke elementen en magie natuurlijk zijn.

Niet ieder (volks)verhaal past perfect in een van deze categorieën, en er zijn vanzelfsprekend veel meer soorten verhalen. Het volksverhaal dat het interessantst is op het gebied van heidendom is de sage – maar daarbij moeten wel een aantal kanttekeningen geplaatst worden.

Volksverhalen als bron

Volksverhalen spreken tot de verbeelding. Ze zitten vol fantastische figuren, vreemde locaties en verrassende gebeurtenissen. De mens heeft altijd al de behoefte gehad om verhalen te vertellen, en deze verhalen stammen uit een wereld die tegenwoordig bijna helemaal verloren is.

Het is verleidelijk om in volksverhalen de overblijfselen van heidense mythen te zien. Al sinds vóór de tijd van de gebroeders Grimm werden sagen, fabels en sprookjes graag beschouwd als erfenissen uit voorchristelijke tijden, al dan niet ‘ondergedoken’ in code. Tegenwoordig echter weten we dat volksverhalen geen overgeleverde mythen zijn. De belangrijkste reden hiervoor is het feit dat er geen sprake is van een ononderbroken verteltraditie. Mondeling doorgegeven verhalen veranderen naarmate ze zich verspreiden door tijd en ruimte, en kunnen daardoor niet langer dan enkele generaties in dezelfde vorm bestaan. Het feit dat wij volksverhalen kennen zoals ze in de negentiende en twintigste eeuw verteld werden, komt doordat ze in die tijd zijn vastgelegd – letterlijk. Verhalen die ouder zijn dan enkele eeuwen, zijn zeldzaam.

Dat betekent niet dat er helemaal geen heidense kern in sagen kan zitten. Hoewel de verhalen zelf onherkenbaar veranderd zijn in de loop der eeuwen, zijn sommige elementen erin wel degelijk een product van een heidens wereldbeeld. Met de kerstening werd het ‘hoge geloof’ in goden vervangen door het geloof in een enkele God, maar het ‘lage geloof’ in de talloze andere wezens die de wereld bevolkten, was zo diep verankerd in het wereldbeeld dat het bleef bestaan. Een vroege middeleeuwer vragen niet meer te geloven in alven, nekkers en maren zou hetzelfde zijn als ons ervan trachten te overtuigen dat atomen en zwaartekracht alleen maar bijgeloof zijn. Deze wezens bleven dus bestaan in de belevingswereld, en daarmee ook in de verhalen van de mens. Dat betekent echter niet dat ze geen veranderingen ondergingen in de eeuwen voordat de verhalen werden vastgelegd.

Neem als voorbeeld de nekker. Dat men al in Proto-Germaanse tijden in de *nikwuz geloofde, blijkt uit de wijde geografische en linguïstische verspreiding van zijn naam. Maar hoe deze watergeest gezien werd in die tijd – of zelfs ten tijde van de kerstening, enkele eeuwen later – is nauwelijks te reconstrueren door de eeuwen van ontwikkeling die de nekker sindsdien heeft doorgemaakt. In de middeleeuwen verwerd de nekker tot duivel, en tegen de tijd dat de meeste volksverhalen opgetekend werden, was hij gereduceerd tot kinderschrik waarmee moeders hun kinderen bij het water vandaan hielden. Geen mens geloofde er nog in, en veel kinderen ook niet trouwens. De heidense kern zit er misschien nog in, maar het wereldbeeld waarin de nekker evenzeer tot de werkelijkheid behoorde als het meertje waarin hij vertoefde, is er niet meer uit terug te halen.

Een ander probleem rond volksverhalen is ontstaan bij de optekening ervan. Het beeld van de gebroeders Grimm die door Duitsland toerden en bij boerenhoeven aanklopten om verhalen aan te horen en op te schrijven, is populair. Het klopt alleen helaas niet. De Grimms verkregen het grootste deel van hun befaamde sprookjes via een paar families uit de hogere klasse. En de Sprookjes van Grimm zoals wij die kennen, zijn door hen sterk aangepast.

Ook in de Lage Landen zijn de volksverhalen die wij nu tot onze beschikking hebben in zekere mate beïnvloed door de vastleggers ervan. Sommige verhalen zijn ‘versterkt’ doordat ze werden opgeschreven – ofwel doordat andere verzamelaars het verhaal overnamen, ofwel doordat mensen erover lazen en het vervolgens aan verzamelaars doorgaven. Door de negentiende-eeuwse opleving van interesse in de volkscultuur zijn ook veel volksverhalen juist ontstaan in die tijd – vaak ook beïnvloed door andere vertelculturen. Hier komt nog bij dat verschillende volksverhalen recentelijk verzonnen zijn om toeristen te trekken. En ook de verzamelaars zelf waren niet altijd even betrouwbaar:

“Wat betreft de twintigste-eeuwse verzamelaars en editeurs van volksverhalen is ons meer dan eens opgevallen dat sommigen (bewust of onbewust) niet al te nauwkeurig omspringen met hun bronnen. Onder de minder betrouwbare editeurs moeten we J.R.W. Sinninghe, J. Cohen en S. Franke scharen. Sinninghe vertoont de neiging om de gevonden volksverhalen te plooien naar zijn eigen interpretaties en smaak, of om verschillende versies met elkaar in overeenstemming te brengen. Franke deinst er niet voor terug om volksverhalen over te planten van de ene plaats naar de andere plaats als hem dat zo uitkomt. En Cohen was een schrijver met een rijke fantasie, die volksverhalen op allerlei manieren mooier kon maken of zelfs volledig kon verzinnen. Daar staan echter gelukkig ook veel gewetensvolle verzamelaars en editeurs tegenover, zoals C. Bakker, G.J. Boekenoogen, E.J. Huizenga-Onnekes, K. ter Laan, E. Heupers, H. Kooijman en A.A. Jaarsma.”[1]

Het is een Sisyphusopgave om al die invloeden van al die eeuwen van elkaar te scheiden. Hier op de website doe ik dat dan ook niet. Onder Beesten & Geesten beschrijf ik verschillende bovennatuurlijke wezens en fenomenen die voorkomen in de Lage Landen – witte wieven en zeemeerminnen, spoken en alven. Ik ga niet in op de details van de volksverhalen, noch gebruik ik een hoge geografische resolutie. Onvermijdelijk zeg ik daarbij dingen die niet helemaal kloppen, of verwijs ik naar sagen die aangepast of helemaal recentelijk verzonnen zijn. Maar het maakt ook niet uit of het verhaal van de alf, de heks en de nekker uit Lutjebroek[2] ‘authentiek’ is, voor zover dat überhaupt kan. Waar het om gaat is dat, zelfs al is het verhaal compleet verzonnen, deze wezens in het hoofd van de verteller opkwamen – juist omdat ze uitmaakten van de vertelcultuur.

Volksverhalen zoeken

Zelf op zoek naar sagen met spoken, watergeesten en reuzen uit je eigen buurt? Hiermee kom je wellicht verder:

  • Verhalenbank.nl – van het Meertens Instituut. Voornamelijk Nederlandse verhalen, maar er staan ook aardig wat Belgische tussen. Verhalen te selecteren op categorie, locatie, bron, trefwoorden en meer. Ook als kaart te zien. Bronvermelding uitstekend. Verhalen in dialect vaak in Standaardnederlands samengevat.
  • Volksverhalenbank.be – Volksverhalen van Vlaanderen. Verhalen te zoeken op trefwoord, onderwerp, locatie, verteller. Bronvermelding uitstekend, inclusief verwijzing naar de oorspronkelijke verteller. Standaardnederlandse samenvatting.
  • Volksverhalen.be – Belgische volksverhalen te zoeken op trefwoord en locatie. Bronvermelding wisselend; soms een andere internetbron vermeld, die je niet verder leidt naar de daadwerkelijke oorsprong van het verhaal. Er staan ook wat recentere volksverhalen tussen, die in de eenentwintigste eeuw verzonnen of ontstaan zijn, dus ik raad aan om verhalen na te trekken.
  • Beleven.org – verhalen te selecteren op land en categorie. Bron lang niet altijd vermeld.
  • SagenJager en ISEBEL – volksverhalen zoeken op de kaart. De geografische verdeling van de dichtheid is onevenredig, maar voor wie toevallig in een regio zoekt waarvan veel verhalen in een van deze databases staan, kunnen ze een uitkomst zijn. Bronvermelding is goed; vaak wordt er ook verwezen naar de Verhalenbank. De SagenJager heeft ook verhalen in audiovorm.
  • Saxon Sagas – zoals de naam al aangeeft komen de verhalen op deze website uit het Saksische gebied, i.e. Noordoost-Nederland en Noord-Duitsland, maar voor wie in die regio zoekt kan het een uitkomst zijn. Verhalen staan er in het Nedersaksisch en in het Engels. Bronvermelding goed. Verhalen (met achtergrond) ook te zoeken op kaart.
  • Van veel verzamelingen van volksverhalen is het auteursrecht inmiddels verlopen. Deze zijn vaak in hun geheel online te lezen, bijvoorbeeld via Delpher en Archive.org.

[1] Willem de Blécourt, Ruben A. Koman, Jurjen van der Kooi en Theo Meder, Verhalen van stad en streek – Sagen en legenden in Nederland (Amsterdam: Bert Bakker, 2010), 15-16.
[2] Dit is geen echt bestaande sage. Voor Belgen: Lutjebroek is een gehucht in Noord-Holland. De naam wordt standaard gebruikt in de betekenis ‘willekeurig (onbetekenend) dorpje’
%d bloggers liken dit: