Site pictogram Goden van eigen bodem

Romeinse auteurs

Toen de Romeinen in de eerste eeuw BCE voor het eerst verschenen in de Lage Landen, kwamen de locals in contact met een cultuur die hun leven in de komende honderden jaren ingrijpend zou bepalen. Dankzij de romanisering en de geletterdheid die ermee gepaard ging, zijn er nu talloze namen van goden en godinnen overgeleverd – zie inscripties & afbeeldingen. Maar tegelijkertijd vond er ook een ander proces plaats: de Romeinen begonnen te schrijven over de gewoontes van de aan hen ondergeworpen stammen én over hun barbaarse noorderburen.

Tacitus

De belangrijkste Romeinse schrijver op dit gebied was Publius Cornelius Tacitus (55 – 117 CE). Hij schreef het werk De origine et situ Germanorum, beter bekend onder de naam Germania, waarin hij de Germaanse stammen, hun gebruiken en hun religie beschreef. Hierin vinden we niet alleen details over de verering van verschillende goden, maar ook namen van godheden die nergens anders gevonden worden. Een ander werk is zijn Ab excessi divi Augusti, oftewel de Annales, waarin hij schrijft over de godinnen Tamfana en Baduhenna.

Hoewel zijn omschrijving van de religie van de Germanen over het algemeen als vrij betrouwbaar wordt beschouwd, schreef Tacitus – naast historicus ook politicus – niet zonder zijn eigen motieven. Hij schilderde de Germanen graag af als ‘edele wilden,’ in contrast met de decadente Romeinse samenleving. Zelf was hij nooit in Germania geweest; hij baseerde zich op geschriften van anderen. Toch is zijn werk van onschatbare waarde bij het duiden van de Germaanse religie, niet alleen in de eerste en tweede eeuw CE, maar ook in de tijd daarna.[1]

Lees de Germania hier en de Annales hier (Latijn en Nederlands naast elkaar).

Plinius

Gaius Plinius Secundus – beter bekend als Plinius de Oudere – was één van Tacitus’ bronnen. Anders dan Tacitus was Plinius (23 – 79 CE), als militair, wel in Germania geweest. Mede dankzij zijn Naturalis Historia kunnen we de verschillende stammen op de kaart plaatsen, waardoor goden als stammenmatronen betekenis krijgen. Zijn Bella Germaniae is geheel verloren gegaan, maar een gedeelte van de informatie werd door Tacitus opgenomen in zijn werk.

Caesar

Misschien wel de bekendste Romein dankzij zijn veroveringen en zijn gewelddadige dood. Naast krijgsheer en politicus was Gaius Julius Caesar (100 – 44 BCE) echter ook schrijver. Hij beschreef zijn overwinningen en de overwonnenen in zijn Commentarii de bello Gallico. Anders dan Tacitus’ Germania was dit werk niet bedoeld als etnografie, het was vooraleerst een promotieverhaal voor Caesar zelf. Desondanks bevat het boeiende informatie over de gebruiken en religie van de Galliërs, en in mindere mate de Germanen. Tacitus putte ook uit Caesars werk.

Lees De Bello Gallico hier (Latijn en Nederlands).


[1] Rudolf Simek, “Tacitus,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
Mobiele versie afsluiten