Site pictogram Goden van eigen bodem

Nehalennia

Nehalennia, de bekendste godin van eigen bodem, werd vereerd in Zeeland, waar twee tempels van haar zijn ontdekt. Ze was de godin van de zeevaart, handel en vruchtbaarheid, misschien ook een godin van de dood. Mogelijk was ze een gezicht van een godin die over een veel groter gebied werd vereerd. Haar naam is op velerlei wijzen geduid, maar de meest aannemelijke theorie wijst op een Keltische origine en een connectie met de zee.

Wat we weten

De naam van de godin Nehalennia is ons bekend dankzij een groot aantal votiefstenen, die voor het overgrote deel in de provincie Zeeland gevonden werden. De eerste stenen werden al in de 17e eeuw gevonden, bij Domburg (Walcheren), waar in totaal 28 inscripties zijn gevonden. Bij Domburg werden ook de resten van een tempel gevonden. Nadat een visser een Nehalennia-votiefsteen tegenkwam bij het nabijgelegen Colijnsplaat (Noord-Beveland), werd daar in 1970 en ’71 met succes gezocht naar meer sporen van de verering van Nehalennia: ze vonden ook hier de resten van een tempel, een beeld van de godin, en meer dan tweehonderd votiefstenen.[1] In Keulen zijn ook twee votiefstenen gevonden, maar die zijn verloren gegaan.
De spelling van de naam van de godin varieert hier en daar enigszins. Nehalennia is met afstand de meest voorkomende variant, maar Neihalennia komt ook een aantal keren voor, en zeldzamere schrijfwijzen zijn onder andere Nehalenia en Nehalaennia.

De dedicanten van de inscripties waren bijna uitsluitend handelaars en andere zeevaarders, afkomstig uit de wijde omtrek: uit de omgeving van Nijmegen, Keulen en Trier, Rouen, Tournai, Britannia, zelfs van zo ver als Basel en het Jura-gebergte. Een deel van de inscripties noemt de handelswaar van de dedicanten: onder andere wijn, zout, vissaus en klei.

Het is niet alleen de hoeveelheid inscripties die Nehalennia uniek maakt, maar ook het feit dat ze op veel van de votiefstenen is afgebeeld. De reliëfs tonen de godin altijd min of meer op dezelfde wijze: in een lang gewaad, met daaroverheen een mantel en een kort schoudermanteltje. Op sommige afbeeldingen is de godin gezeten, in andere gevallen staat ze met één voet op een schip. Ze draagt op haar linkerknie een mand met appels, of een paar broden. Aan haar rechterzijde is meestal een hond afgebeeld; een zittende Nehalennia heeft aan haar linkerzijde een mand met vruchten.
Andere attributen waarmee ze nu en dan wordt afgebeeld zijn scheepsroeren, cornucopiae of een gedrapeerde doek die achter de godin hangt. Op dit standaardpatroon zijn slechts een paar uitzonderingen te vinden, zoals een votiefsteen die de godin drie keer uitbeeldt – wellicht een vergissing, maar ook een mogelijkheid voor theorieën.[2]

Theorieën

Naam

De naam Nehalennia is op talloze manieren geduid. Als alle goden van eigen bodem kwam Nehalennia uit een gebied waar zowel Keltische als Germaanse invloed was, en in beide richtingen heeft men de etymologie van haar naam gezocht. Naar voren gebrachte duidingen zijn bijvoorbeeld:

Al deze duidingen zijn echter op één of meerdere manieren problematisch. Hludana heeft al een andere, meer voor de hand liggende duiding, de w van *nēhwa zou in het niets verdwenen zijn, wat niet zou moeten, en een directe teruggreep op een Proto-Indo-Europese wortel is moeilijk, stelt Peter Alexander Kerkhof in zijn bespreking van de duidingen van de naam Nehalennia.

Een sterke Keltische etymologie echter is afkomstig van Patrizia de Bernardo Stempel. Zij verbindt het deel -halen(nia) met het Welsche heli en halein, resp. ‘zee’ en ‘zout.’ Het voorvoegsel ne– zou dan ‘op’ of ‘bij’ kunnen betekenen, wat de vertaling ‘Zij die bij de zee is’ zou opleveren. Aanwijzingen voor het bestaan van een Laat-Keltisch woord *halen, wat dan ‘zee’ zou betekenen, zou ook overgeleverd zijn in plaatsnamen als Hellevoetsluis en de Romeinse benaming van de Maasmonding, Helinium. Kerkhof beschouwt deze theorie als de meest waarschijnlijke, al geeft hij toe dat ook deze niet volledig sluitend is.[6]

Functie

Dat Nehalennia met de zee verbonden was, wisten we echter al, dankzij het feit dat ze vaak met een schip wordt afgebeeld. De symboliek van haar attributen is verder echter uiteenlopend, waardoor talloze theorieën zijn ontwikkeld over haar domein. Ze focussen zich echter rond drie hoofdfuncties.

Ten eerste wordt ze geassocieerd met vruchtbaarheid en overvloed, wat duidelijk blijkt uit de afbeeldingen van vruchten, cornucopiae en broden.

Ten tweede wordt ze veelal gezien als godin van de zeehandel, die zeevaarders veilig over het water begeleidde. Dat blijkt niet alleen uit het schip waarmee ze vaak wordt afgebeeld, maar ook uit het feit dat de dedicanten van de votiefstenen allemaal betrokken waren bij handel en/of zeevaart.[7] Miranda Green interpreteert de hond waarmee ze vaak wordt afgebeeld als een symbool van waakzaamheid en bescherming.[8] Handel kan echter niet gedreven worden zonder overvloed, dus het is goed mogelijk dat deze twee functies verband met elkaar hielden.

Tot slot wordt Nehalennia in verband gebracht met de dood. De belangrijkste reden voor deze connectie is haar hond, die kan worden gezien als metgezel van een doodsgodin.[9] Honden werden in veel culturen geassocieerd met de dood en het hiernamaals, en in de Gallo-Romeinse cultuur was de hond verbonden met grafriten en de begeleiding van de ziel.[10] H. Wagenvoort redeneert zelfs dat Nehalennia een rol had als psychopomp, en dat Domburg de plaats zou zijn geweest waar de reis “van de zielen der doden over de zee naar het Westen” begon.[11] Hij brengt veel argumenten naar voren die zijn ideeën ondersteunen, met als belangrijkste de gedrapeerde doek die op sommige altaren te zien is, maar zijn redenering is vergezocht, en is overtuigend afgebroken door O.J. Schrier.[12] Dat hoeft echter niet te betekenen dat Nehalennia verder helemaal niet met de dood geassocieerd werd.

Cultus

Over de verering van Nehalennia is veel gespeculeerd. Voor een groot deel hangt de studie van de cultus af van de interpretatie van Nehalennia’s karakter en domein; een doodsgodin wordt op een andere manier vereerd dan een vruchtbaarheidsgodin.

Voor zover bekend had de godin twee tempels: één bij Domburg en één bij Colijnsplaat. De tempel in Domburg lijkt een meer religieuze focus te hebben gehad – hier werden ook vondsten gedaan van andere goden, zoals Neptunus, Victoria en Burorina – en die bij Colijnsplaat lijkt meer gericht zijn op de handel: hier vermeldden de dedicanten van de votiefstenen ook hun handelswaar.[13]

De cultus van Nehalennia lijkt beperkt te zijn geweest tot Zeeland. Hoewel de dedicanten uit de wijde omgeving kwamen, zijn de votiefstenen alleen in Zeeland gevonden, en het is waarschijnlijker dat de handelaars een lokale godin vereerden dan dat ze hun godin meenamen vanuit Basel of Britannia.

Connectie met andere godinnen

Ondanks haar sterk lokale karakter is Nehalennia ook in verband gebracht met andere godinnen uit de omgeving. Ten eerste wordt ze wel vergeleken met de matronen. Hoewel die duidelijk een andere aard hadden dan Nehalennia, worden veel van Nehalennia’s vruchtbaarheidssymbolen ook bij de matronen aangetroffen. Een enkele maal is Nehalennia ook drievoudig afgebeeld, net als de matronen – misschien een vergissing, misschien niet.[14] Onder een ander reliëf met drie godinnen kan volgens J.E. Bogaers mogelijk “(Matronae) Neihalenninnae” gestaan hebben.[15] In verhouding met de grote hoeveelheid votiefstenen die Nehalennia met absolute zekerheid als enkelvoudige en individuele godin noemen en afbeelden, is dit echter weinig, en we kunnen aannemen dat Nehalennia over het algemeen niet als matrone-achtig werd gezien.

Nehalennia is ook gelijkgesteld met een aantal vruchtbaarheidsgodinnen die door de Germanen werden vereerd. Eén daarvan is Nerthus, die door Tacitus werd genoemd in zijn Germania. Nerthus, “dat wil zeggen: Moeder Aarde,” werd vereerd door de Suebi, een grote groep Germaanse volkeren die verder naar het oosten leefden. Ze leefde op een eiland en was voornamelijk een aardegodin, maar haar cultus kan ook worden geassocieerd met de dood.[16],[17] Zowel Nerthus als Nehalennia is ook wel in verband gebracht met de “Isis van de Suebi,” een andere godin die door Tacitus genoemd werd. Tacitus gebruikte hier de naam van een Egyptische godin voor een Germaanse, en hij verwonderde zich erover dat de Suebi een “buitenlandse” godin aanbaden, maar opperde dat de cultus over water geïmporteerd is omdat het symbool van de godin – net als van Nehalennia – een schip was.[18]

Jan de Vries beschouwt Nehalennia als een specifieke lokale variant van de wijdverbreide vruchtbaarheidsgodin die in verband stond met schepen en water, zoals ook Nerthus en “Isis” daar varianten van waren.[19] Het is geen onlogische gedachte. Nehalennia werd vereerd door zeevaarders uit de wijde omtrek, maar voor zover bekend alleen in Zeeland, dus: alleen in relatie tot de zeevaart op de Noordzee. Toch werd ze door al die vreemdelingen ook afgebeeld met symbolen van vruchtbaarheid. Dat kan verklaard worden als alle Galliërs, Germanen, Britten en Romeinen haar ook kenden als vruchtbaarheidsgodin, en dat een wijnhandelaar die in Zeeland aan deze godin offerde, kon hopen op een goede wijnoogst in zijn thuisland aan de Rijn.

Het is dus mogelijk dat Nehalennia het lokale gezicht was van een wijd en zijd vereerde vruchtbaarheidsgodin, met de speciale functie van beschermvrouwe van de zeevaart op de Noordzee. We zullen het echter nooit zeker weten.

Persoonlijke ervaringen

Als bekendste godin van Nederlandse bodem heeft Nehalennia veel aandacht gekregen. Zo hebben bijvoorbeeld de bands Heidevolk en Twigs & Twine nummers voor haar gemaakt en werden in Colijnsplaat reeds een aantal succesvolle oogstfeesten voor de godin georganiseerd. Verschillende moderne heidenen hebben haar hun eigen interpretatie gegeven, zoals deze Nederlandse heks en deze Noordse heiden die blogs hebben geschreven over de godin. Deze website is zelfs volledig aan haar gewijd. Lees ook de interpretatie van Thia Frankisk Aldsido en van Senobessus Bolgon.

Referenties
[1] “Visnetten vol Nehalennia-altaren,” Rijksmuseum van Oudheden, bezocht op 3 juni 2020, https://www.rmo.nl/museumkennis/archeologie-van-nederland/nederland-in-de-romeinse-tijd/de-voorwerpen/nehalennia-altaar-en-beeld/
[2] Jona Lendering, “Het Zeeuwse altaar met drie keer de godin Nehalennia,” NRC, 12 oktober 2018, https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/12/het-wonderlijke-nehalennia-altaar-met-de-drie-godinnen-a2417793
[3] Rudolf Simek, “Hludana” en “Nehalennia,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall(Cambridge: DS Brewer, 1993).

[4] Rudolf Much, “Nehalennia,” Zeitschrift Für Deutsches Altertum Und Deutsche Literatur 35 (1891): 326.  https://www.jstor.org/stable/20650738
[5] J. E. Bogaers en Maurits Gysseling, “Over de naam van de godin Nehalennia,” Naamkunde 4, 3-4 (1972): 226. https://repository.ubn.ru.nl/handle/2066/26329

[6] Peter Alexander Kerkhof, “Nehalennia – taalkundige oplossing voor een Zeeuws raadsel,” Neerlandistiek, 25 oktober 2016. https://www.neerlandistiek.nl/2016/10/nehalennia-taalkundige-raadsels-van-een-zeeuwse-godin/
[7] H. Wagenvoort, “Nehalennia and the souls of the dead,” Mnemosyne, Fourth Series, 24, no. 3 (1971): 277. http://www.jstor.org/stable/4429993
[8] Miranda Green, Animals in Celtic Life and Myth (Londen: Routledge, 1992), 201.
[9] Jan de Vries, Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 316. https://sci-hub.se/10.1515/9783110855197.288
[10] Frank Jenkins, “The Role of the Dog in Romano-Gaulish Religion,” Latomus 16, no. 1 (1957): 76. http://www.jstor.org/stable/41520888
[11] Wagenvoort, “Nehalennia and the souls of the dead,” 282-283, 285.
[12] O. J. Schrier, “Nehalennia ΨϒΧΟΠΟΜΠΟΣ?” Mnemosyne, Fourth Series, 27, no. 2 (1974): 152-58. http://www.jstor.org/stable/4430363
[13] B.H. Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” in Religion (Heidentum: Religiösen Verhältnisse im Provinzen), ed. Wolfgang Haase (Berlijn: De Gruyter, 1986), 616-167. sci-hub.tw/10.1515/9783110861464-012
[14] Jona Lendering, “Het Zeeuwse altaar met drie keer de godin Nehalennia.”
[15] Bogaers en Gysseling, “Over de naam van de godin Nehalennia,” 225.

[16] Tacitus, Germania II.40, https://bibliothecaclassica.nl/attachments/article/20/Germania.pdf
[17] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 167.
[18] Idem, 316.
Mobiele versie afsluiten