Site pictogram Goden van eigen bodem

Hludana

De godin Hludana, wier naam ‘de beroemde’ betekent, werd vooral vereerd in het Nederrijngebied. Ze was misschien een Zuidgermaanse versie van de Noordse godin Hlóðyn, en zou een aardegodin kunnen zijn geweest, wellicht ook verwant aan Vrouw Holle en de godin Fria. In Belgisch Limburg ligt de plaats Lanaken, die wellicht naar haar vernoemd is.

Wat we weten

Hludana is bekend uit vijf inscripties, waarvan twee uit Nederland en drie uit het Duitse Nordrhein-Westfalen.

De eerste Nederlandse inscriptie werd gevonden in Holdoorn (Gelderland) en werd gemaakt door een legionair. De inscriptie is gedeeltelijk beschadigd, maar begint met “Hludanae sacrum,” oftewel “Aan de heilige Hludana.”[1]
De andere Nederlandse inscriptie staat op een votiefsteen die werd gevonden in het Friese Beetgum. Deze inscriptie luidt: “DEAE HLUDANAE CONDUCTORES PISCATUS MANCIPE Q(UINTO) VALERIO SECUNDO V(OTUM) S(OLVERUNT) L(IBENTES) M(ERITO),” in het Nederlands: “Aan de godin Hludana hebben de pachters van de visserij, toen Quintus Valerius Secundus de hoofdpachter was, hun belofte ingelost, gaarne en met reden.” Bovenop de votiefsteen is nog een restant te zien van een beeld van een getroonde vrouw met een mand op haar knieën. Haar bovenlijf is geheel verweerd, maar het is aannemelijk dat dit de godin Hludana was.[3],[4] Het huidige Friesland was geen geromaniseerd onderdeel van het Romeinse rijk; het is dus goed mogelijk dat deze votiefsteen oorspronkelijk elders vandaan kwam.

De drie Duitse inscripties komen uit Xanten,[5] Iversheim[6] en Kalkar.[7] De inscriptie uit Iversheim, net als die uit Holdoorn gemaakt door een legionair, spelt de naam van de godin als Hluθena. Op de inscriptie uit Kalkar wordt ze Hlucena genoemd. Het wordt algemeen aangenomen dat het in deze gevallen om dezelfde godin gaat.

Theorieën

Naam

De naam Hludana wordt gewoonlijk teruggeleid op het Proto-Germaanse *hlud, ‘beroemd’. De Vries geeft de naam van de godin dan de betekenis ‘de beroemde’.[8] Volgens Patricia De Bernardo Stempel was de naam oorspronkelijk Keltisch *Clutona, wat ook de naam van een “roemsgodin” zou zijn geweest.[9] Een Keltische oorsprong hoeft echter niet het geval te zijn, zeker gezien de verspreiding van de gevonden votiefstenen. Het deel -an- in de naam Hludana is een achtervoegsel dat goddelijkheid aanduidt; we vinden het ook in onder andere de namen Wodan en Epona.

Connectie met andere godinnen

Hoewel Hludana voor zover bekend uitsluitend in de Nederijnregio (en wellicht Friesland) vereerd werd, wordt ze door velen gelijkgesteld met de Noordse godin Hlóðyn. Er zijn meerdere gevallen van Zuidgermaanse goden die door de Noordgermanen werden geadopteerd (zie bijvoorbeeld ook Fosite), en volgens Jan de Vries zouden de Noordgermanen Hludana ergens in de achtste eeuw van de Friezen overgenomen kunnen hebben.[10] De connectie tussen Hludana en Hlóðyn is niet onbetwist,[11] maar als de twee godinnen met elkaar verbonden waren, heeft dat een paar interessante implicaties.

Hlóðyn was een andere naam voor Jörð, moeder van Thor en godin van de aarde. Dat zou kunnen betekenen dat ook Hludana een aardegodin was, maar het hoeft niet – de bijnamen van goden hadden vaak uiteenlopende betekenissen, dus Hlóðyn hoeft niet per se te verwijzen naar dit specifieke aspect van de godin.[12] Gezien de alomtegenwoordigheid van vruchtbaarheids- en aardegodinnen is het echter wel een mogelijkheid.

Hludana is ook door sommigen verbonden met de figuur Holda, beter bekend als Vrouw Holle uit het gelijknamige sprookje van de Gebroeders Grimm (zie ook de houwvrouw). Als Holda een latere vorm is van Hludana, zou er zou een tussenvorm *Huldana moeten hebben bestaan. Die vorm is nergens gevonden. Holda is echter ook sterk verbonden met de godin Fria, die op haar beurt weer door sommigen gelijkgesteld is met de godin Jörð – en dus met Hlóðyn.[13] Waren Hludana, Hlóðyn, Jörð, Fria en Holda allemaal dezelfde godin? We kunnen niets met zekerheid zeggen, maar intrigerend is het wel.

Rudolf Simek noemt een theorie die deze lijst van godinnen met mogelijk dezelfde oorsprong nog uitbreidt met Nehalennia en Hel, de Noordse godin van de onderwereld. De namen Hludana, Hlóðyn, Holda, Nehalennia en Hel zouden dan verwant kunnen zijn met het Oudengelse en Oudhoogduitse woord helan, wat ‘verbergen’ betekent. Deze godinnen zouden dan allemaal een chtonische of aardegerelateerde functie hebben.[14] De namen van de meeste van deze godinnen zijn echter ook op andere wijzen verklaard.

Locaties & cultus?

De naam van het Belgisch-Limburgse plaatsje Lanaken is volgens Jozef van Loon verbonden aan de naam van Hludana. Hij leidt Lanaken terug op een vorm *Hluthenakom of *Hludanakom. De gewoonlijke etymologie van Lanaken (*Hludiniacas volgens Maurits Gysseling) verwerpt hij; deze oorsprong is volgens hem “klankwettig onmogelijk.” Als de naam van Lanaken gerelateerd zou zijn aan de godin Hludana, zou Lanaken een cultuscentrum geweest kunnen zijn. Van Loon verwijst naar een negende-eeuwse vermelding van de slacht van runderen in Lanaken (wat zou kunnen wijzen op offerriten, zij het in een christelijk tijdperk) en de mogelijkheid dat de kerk van Lanaken op een oude heidense plaats is gebouwd.[15]

Wat betreft de verdere inhoud van de cultus van Hludana is weinig bekend. De Vries stelt dat, ondanks de vermelding van de vissers op de inscriptie uit Beetgum, niet te concluderen valt dat de godin “iets met de visserij of de zee te maken had.”[16] Als godin van de roem kan ze mogelijk ook verbonden zijn geweest met de strijd.

Votiefsteen uit Beetgum
Bron: Fries Museum

[1] CIL XIII 8732
[2] CIL XIII 7944
[3] Excerpta Romana: De bronnen der Romeinsche geschiedenis van Nederland, verzameld door A. W. Byvanck, deel 3, Overblijfselen, Registers, Aanvullingen (’s-Gravenhage: Nijhoff, 1947): 198. https://archive.org/details/ByvanckExcerptaRomanaDeel3/page/n227/mode/2up
[4] CIL XIII 8830
[5] CIL XIII 8611

[6] CIL XIII 7944
[7] CIL XIII 8661
[8] Jan de Vries, Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 322. https://sci-hub.tw/10.1515/9783110855197.288
[9] “Hludana,” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior (onder Kommentar Götternamen),
http://gams.uni-graz.at/o:fercan.118
[10] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 322.
[11] Jozef van Loon, “Lanaken en de vroegste geschiedenis van Franken en Merovingen,” Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, 126, nr. 1-2 (2016): 59.
[12] Hugo Jaeckel, “Ertha Hludana,” Zeitschrift für Deutsche Philologie 23, 133. https://archive.org/details/zeitschriftfrde35bescgoog/page/n144/mode/2up

[13] William P. Reaves, Odin’s Wife: Mother Earth in Germanic mythology (2018). https://www.academia.edu/41536913/Odins_Wife_Mother_Earth_in_Germanic_Mythology
[14] Rudolf Simek, “Hludana,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
[15] Van Loon, “Lanaken,” 11, 59-60.
[16] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 321.
Mobiele versie afsluiten