Hludana

De godin Hludana, wier naam ‘de beroemde’ betekent, was mogelijk een Zuidgermaanse versie van de Noorse godin Hlóðyn. Ze zou een aardegodin kunnen zijn geweest, maar dat is niet zeker. De plaats Lanaken (Belgisch Limburg) is misschien naar haar vernoemd en kan nog lang een cultuscentrum zijn geweest.

Wat we weten

Hludana is bekend uit vijf inscripties, waarvan twee uit Nederland en drie uit het Duitse Nordrhein-Westfalen.

De eerste Nederlandse inscriptie (CIL XIII 8723) werd gevonden in Holdoorn, bij Nijmegen (Gelderland). De gedeeltelijk beschadigde inscriptie werd gemaakt door een legionair en werd ergens maakt tussen 171 en 230 CE.[1] Eén andere inscriptie, gevonden in het Duitse Iversheim, werd ook door soldaten gemaakt.[2]

De andere Nederlandse inscriptie staat op een votiefaltaar dat werd gevonden in het Friese Beetgum. Deze inscriptie (CIL XIII 8830) luidt: “DEAE HLUDANAE CONDUCTORES PISCATUS MANCIPE Q(UINTO) VALERIO SECUNDO V(OTUM) S(OLVERUNT) L(IBENTES) M(ERITO),” in het Nederlands: “Aan de godin Hludana hebben de pachters van de visserij, toen Quintus Valerius Secundus de hoofdpachter was, hun belofte ingelost, gaarne en met reden.” Deze inscriptie wordt gedateerd op 51-100 CE. Bovenop het votiefaltaar is nog een restant van een beeld te zien van een getroonde vrouw met een mand op haar knieën. Haar bovenlijf is geheel verweerd.[3],[4]

Twee inscripties uit Duitsland spellen de naam van de godin anders: op de bovengenoemde inscriptie uit Iversheim wordt ze Hluθena genoemd,[5] op een inscriptie uit Kalkar wordt het als Hlucena gespeld.[6] Toch wordt hiervan algemeen aangenomen dat het om dezelfde godin gaat. De derde Duitse inscriptie werd gevonden bij Xanten.[7]

Theorieën

Naam

De naam Hludana wordt gewoonlijk teruggeleid op het Germaanse *hlud, ‘beroemd’. De Vries geeft de naam van de godin dan de betekenis ‘de beroemde’.[8] Volgens Patricia De Bernardo Stempel is de naam een germanisering van het Keltische *Clutona, wat ook de naam van een “roemsgodin” zou zijn.[9] Een Keltische oorsprong hoeft echter niet het geval te zijn, zeker gezien de verspreiding van de gevonden votiefstenen.

Verbinding met andere godinnen

Hludana wordt door velen gelijkgesteld met de Noordse godin Hlóðyn, die wordt genoemd als de moeder van Thor (al zijn daar ook bezwaren tegenin te brengen[10]). Volgens Jan de Vries was Hludana oorspronkelijk een Zuidgermaanse godin, en zouden de Noordgermanen haar ergens in de achtste eeuw van de Friezen overgenomen hebben.[11]

Hlóðyn is dus een andere naam van Jörð, moeder van Thor en personificatie van de aarde. Dit zou kunnen betekenen dat Hludana ook een aardegodin was. Daar valt tegenin te brengen dat de bijnamen van goden vaak verschillende betekenissen hadden, en dat Hlóðyn/Hludana niet per se een aardegodin hoeft te zijn geweest.[12]

Tevens is Hludana door sommigen verbonden met de godin Holda, die beter bekend is als Vrouw Holle in het gelijknamige sprookje van de Gebroeders Grimm. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor deze verbinding – het zou moeten betekenen dat er een tussenvorm *Huldana moet hebben bestaan, maar die is nergens gevonden. Rudolf Simek noemt echter de mogelijkheid dat Hludana, Hlóðyn en Holda tot een groep godinnen behoren wier namen gerelateerd zijn aan het Oudengelse en Oudhoogduitse helan, ‘verbergen.’ Ook Nehalennia en Hel zouden tot deze godinnengroep kunnen behoren. Al deze godinnen zouden dan “het karakter van chtonische of aardgodinnen” hebben.[13]

Holda wordt vaak beschouwd als gelijk aan de godin Fria, de vrouw van Wodan. Ook Jörð was diens minnares dan wel echtgenote, en mogelijk dezelfde godin.[14] Het is dus mogelijk dat Hludana, Holda, Hlóðyn, Jörð en Fria één en dezelfde godin waren (zie ook de houwvrouw).

Locaties & cultus?

Jozef van Loon beredeneert dat de naam van het Belgisch-Limburgse plaatsje Lanaken afkomstig is van *Hluthenakom of *Hludanakom. De gewoonlijke etymologie van Lanaken (*Hludiniacas volgens Maurits Gysseling) verwerpt hij; deze oorsprong is volgens hem “klankwettig onmogelijk.” Als de naam van Lanaken gerelateerd zou zijn aan de godin Hludana, zou Lanaken een cultuscentrum geweest kunnen zijn. Van Loon verwijst naar een negende-eeuwse vermelding van de slacht van runderen in Lanaken (wat zou kunnen wijzen op offerriten) en de mogelijkheid dat de kerk van Lanaken op een oude heidense plaats is gebouwd.[15]

Wat betreft de verdere inhoud van de cultus van Hludana is weinig bekend. De Vries stelt dat ondanks de vermelding van de vissers op de inscriptie uit Beetgum, niet te concluderen valt dat de godin “iets met de visserij of de zee te maken had.”[16] Als godin van de roem kan ze mogelijk ook verbonden zijn geweest met de strijd.

Votiefsteen uit Beetgum
Bron: Fries Museum

[1] “Hludana [1],” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.117
[2] “Hludana [2],” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.118
[3] Excerpta Romana: De bronnen der Romeinsche geschiedenis van Nederland, verzameld door A. W. Byvanck, deel 3, Overblijfselen, Registers, Aanvullingen (’s-Gravenhage: Nijhoff, 1947): 198. https://archive.org/details/ByvanckExcerptaRomanaDeel3/page/n227/mode/2up
[4] “HD080491,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD080491
[5] “Hludana [2],” Keltische Götternamen.
[6] Epigraphik-Datenbank Clauss/Slaby, http://db.edcs.eu/epigr/epi_einzel.php?s_sprache=de&p_belegstelle=CIL+13%2C+08661&r_sortierung=Belegstelle
[7] “Hludana [3],” Keltische Götternamen in den Inschriften der römischen Provinz Germania Inferior, http://gams.uni-graz.at/o:fercan.116
[8] Jan de Vries, Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 322. https://sci-hub.tw/10.1515/9783110855197.288
[9] “Hludana [2],” Keltische Götternamen.
[10] Jozef van Loon, “Lanaken en de vroegste geschiedenis van Franken en Merovingen,” Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, 126, nr. 1-2 (2016): 59.
[11] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 322.
[12] Hugo Jaeckel, “Ertha Hludana,” Zeitschrift für Deutsche Philologie 23, 133. https://archive.org/details/zeitschriftfrde35bescgoog/page/n144/mode/2up
[13] Rudolf Simek, “Hludana,” in Dictionary of Northern Mythology, vert. Angela Hall (Cambridge: DS Brewer, 1993).
[14] William P. Reaves, Odin’s Wife: Mother Earth in Germanic mythology (2018). https://www.academia.edu/41536913/Odins_Wife_Mother_Earth_in_Germanic_Mythology
[15] Van Loon, “Lanaken,” 11, 59-60.
[16] De Vries, Altgermanische Religionsgeschichte, 321.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: