Halamarðus

In Horn, Nederlands Limburg, werd een voetstuk van een beeld gevonden met daarop een inscriptie aan Mars Halamarðus. De naam van deze godheid wordt gewoonlijk beschouwd als Germaans van herkomst, al is de betekenis ervan onzeker; er zijn verschillende theorieën over de etymologie. Gezien zijn connectie met Mars was Halamarðus mogelijk een oorlogsgod, wellicht ook verwant met de god Tiwaz.

Wat we weten

De naam Mars Halamarðus komt voor op een inscriptie (CIL XIII 8707) op een voetstuk dat in de kerkmuur in het Nederlands Limburgse Horn werd gevonden. De volledige inscriptie luidt: “MARTI HALAMARÐ(O) SACRUM T(ITUS) DOMIT(IUS) VINDEX (CENTURIO) LEG(IONIS) XX(X) U(LPIAE) V(ICTRICIS) V(OTUM) S(OLVIT) L(IBENS) M(ERITO).” In het Nederlands: “Aan de heilige Mars Halamarðus heeft Titus Domitius Vindex, centurio van het legioen XXX Ulpia Vicitrix, zijn belofte vervuld, gaarne en met reden.” Het beeld bij het voetstuk is niet gevonden. De inscriptie wordt gedateerd op de eerste eeuw CE.[1]

Een in het nabijgelegen Lottum gevonden votiefsteen (AE 1987 777) is volgens J.E. Bogaers mogelijk ook gewijd geweest aan deze godheid, wellicht in opdracht van dezelfde centurio Titus Domitius Vindex – maar erg zeker is dat niet, geeft hij aan, aangezien alleen de letters H, T en een omgekeerde C nog te lezen zijn.[2]

Theorieën

Wat betreft de functie en het karakter van Halamarðus zijn slechts enkele dingen af te leiden, en geen ervan met zekerheid. De naam Titus Domitius Vindex behoorde toe aan een Romeins burger, en de naam Vindex is enkele keren gevonden in Bataafs gebied, maar waar deze centurio vandaan kwam is niet te bepalen.[3] Hoe lokaal precies de cultus van Halamarðus was is dus onzeker.

Uit zijn verbinding met Mars is op te maken dat hij wellicht verbonden was met de strijd, hetgeen ook terugkomt in een aantal duidingen van zijn naam.

Naam

De naam Halamarðus wordt algemeen beschouwd als een latinisering van een Germaanse naam *Halamarðaz/-uz. Het is mogelijk dat de H aan het begin van de naam hier toegevoegd is en dat de oorspronkelijk Germaanse naam *Alamarðaz luidde (of *Alamarðuz?).[4]

Theodor von Grienberger verklaart de naam Halamarðus als ‘mannendoder,’ het eerste deel verwant met Oudnoors halr, ‘man,’ het tweede deel afkomstig van Proto-Germaans *mardu-, ‘doder.’ Volgens Siegfried Gutenbrunner echter zou de evenknie van halr niet hala- maar *haleða- moeten zijn, en betekende *mardu- bovendien niet ‘doder.’ Ook Jan de Vries noemt Von Grienbergers interpretatie “geenszins zeker.”[5] Norbert Wagner komt met de vertaling ‘heldendodend,’ gevolgd door onder andere Günter Neumann, die stelt dat Wagners verklaring de problemen met Von Grienbergers interpretatie oplost.[6]

De naam Halamarðus is tevens in verband gebracht met de naam van het plaatsje Haelen, dat net boven Horn ligt. Maar of hier daadwerkelijk een connectie is, is niet zeker. Het Belgisch-Limburgse Halen, zo’n 70 km verderop, werd door Maurits Gysseling teruggeleid op het Proto-Germaanse *halhum, van *halha– ‘bocht in/van hoogland,’ en dit zou ook de herkomst kunnen zijn van Haelen.[7]

Gysseling verbindt de naam met de delen *kel-, ‘uitsteken,’ en misschien ook*mer-, ‘liefhebben.’[8] Olivier van Renswoude leidt de naam terug op Proto-Germaans *ala– ‘zeer’ of ‘geheel,’ en de Proto-Indo-Europese wortel *mer-, ‘schijnen’ of ‘schitteren.’ *Alamarðaz zou dan ‘alschijnend’ of ‘alschitterend’ betekenen.[9]

Over het algemeen wordt aangenomen dat de letter Ð in de naam een eth is, de ð die nog steeds gebruikt wordt in het IJslands, en die de th-klank zoals in het Engelse they vertegenwoordigt. Om deze reden wordt de naam dan ook gewoonlijk geschreven als Halamarðus, met als variaties Halamardus, Halamarthus en Halamardhus. De eth werd echter pas vanaf de achtste eeuw gebruikt in het Oudengels.[10] In Gallische inscripties staat de letter Ð, de tau gallicum, voor een geluid dat dichter bij ‘ts’ ligt. Wellicht werd de naam van deze godheid dus eerder uitgesproken als ‘Halamar(t)sus,’ hoewel de letter ook mogelijk een lokale variant is die wel als ‘th’ werd uitgesproken.[11]

Samen met Hluθena is Halamarðus de enige godennaam van eigen bodem waar een niet-Latijnse letter is gebruikt om de th-klank weer te geven.

Identificatie met Tiwaz

Vanwege zijn verbinding met de Romeinse Mars is Halamarðus soms gelijkgesteld met de god Tiwaz. Jan de Vries merkt op dat als de verklaring ‘mannendoder’ (of ‘heldendoder’ wat dat betreft) van zijn naam correct zou zijn, dit gerelateerd zou zijn aan Tiwaz’ karakter als oorlogsgod. Meer connecties dan deze op zijn best onzekere interpretatie ziet hij niet.[12] De verklaring van zijn naam als ‘alschijnend’ zou mogelijk van toepassing kunnen zijn op Tiwaz in relatie tot zijn oorsprong als hemel-daglichtgod.[13] Maar verder is er weinig bewijs voor Halamarðus’ connectie met Tiwaz, en is het niet onwaarschijnlijk dat hij een losstaande god in zijn eigen recht was.

Persoonlijke ervaringen

Lees hier de interpretatie van Halamarðus van Thia Frankisk Aldsido.

De in Horn gevonden inscriptie
Bron: Rijksmuseum van Oudheden

[1] “HD010826,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD010826
[2] J. E. Bogaers, “Letters uit Lottum,” Oudheidkundige Mededeelingen van het Rijksmuseum van Oudheden Te Leiden 67 (1987),  85-86. https://repository.ubn.ru.nl/handle/2066/26541
[3] J. E. Bogaers, “Ruraemundensia,” Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, vol. 12, 77. https://repository.ubn.ru.nl/handle/2066/26398
[4] Olivier van Renswoude, “De schijnende god,” Taaldacht, 13 juni 2011, https://taaldacht.nl/2011/06/13/de-schijnende-god/
[5] Jan de Vries, “Tiwaz – Týr,” in Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 11. sci-hub.do/10.1515/9783110855197.10
[6] Günter Neumann, “Germani cisrhenani — die Aussage der Namen,” in Germanenprobleme in heutiger Sicht, ed. Heinrich Beck (New York/Berlijn: De Gruyter, 1986), 125. https://sci-hub.do/10.1515/9783110867343-007
[7] Bogaers, “Ruraemundensia,” 77.
[8] Maurits Gysseling, “Godennamen, vooral in Noord-Gallië,” Naamkunde 14, 1-2 (1982). https://www.dbnl.org/tekst/_naa002198201_01/_naa002198201_01_0015.php
[9] Van Renswoude, “De schijnende god.”
[10] Philip A. Shaw, “Adapting the Roman alphabet for writing Old English: evidence from coin epigraphy and single-sheet charters,” Early Medieval Europe 21, nr. 2 (2013): 126. sci-hub.do/10.1111/emed.12012
[11] Olivier van Renswoude, “As far as (supposed) Germanic inscriptions are concerned, I’m not sure. It seems way too early to be an eth. At first glance it looks like a Gaulish tau, which is believed to have represented something like /ts/ and developed from the Greek tau, as the name implies, but it might just be a different local development, closer to /þ/,” reactie op “De schijnende god,” 9 maart 2018, https://taaldacht.nl/2011/06/13/de-schijnende-god/#comments
[12] De Vries, “Tiwaz – Týr,” 11.
[13] Van Renswoude, “De schijnende god.”
%d bloggers liken dit: