Site pictogram Goden van eigen bodem

Epona

De Gallische paardengodin Epona was een bijzonder populaire godin. Ze werd geadopteerd door de Romeinen en overal in het rijk vereerd. Zo ook in de zuidelijke Lage Landen, waar verschillende sporen van haar verering zijn gevonden.

Foto van een paard tussen de zonnestralen in de mist

Wat we weten & Theorieën

De godin Epona

Epona was van oorsprong een Gallische paardengodin. Ze werd echter door de Romeinen geadopteerd en haar cultus raakte immens populair in het gehele Romeinse rijk. De sporen van haar cultus zijn gevonden van de Donaumonding tot Schotland en van Noord-Afrika tot de Rijn, en dateren van de eerste tot de vijfde eeuw CE. Het gaat vooral om inscripties en afbeeldingen, maar ook uit de Romeinse geschiedschrijving wordt Epona een aantal maal genoemd.

De naam Epona is afkomstig van het Gallische epos, ‘paard,’ een woord dat verwant is met o.a. Latijn equus en Grieks hippos. Het lid –on- duidt godennamen aan, en met de vrouwelijke uitgang -a levert dat de betekenis ‘zij die als een merrie is’ of ‘goddelijke merrie’ op. Ze wordt dan ook standaard afgebeeld met één of meerdere paarden (of naaste familieleden, zoals muilezels), in zoverre zelfs dat een beeldje van een vrouw te paard standaard als ‘Epona’ wordt betiteld.

Over haar oorspronkelijke verering onder de Galliërs is zo goed als niets bekend; alleen van de Epona-cultus van de Romeinen zijn sporen bewaard gebleven. Haar verering was daar vooral populair onder mensen die in het dagelijks leven veel met paarden te maken hadden, zoals cavaleristen en reizigers te paard. Ze werd vereerd in tempels, maar ook binnenshuis en in stallen. Haar feestdag was op 18 december.[1]

Epona in de Lage Landen

Ook in de Lage Landen is het een en ander aan sporen van de cultus van Epona opgegraven: vier beeldjes van een vrouw te paard, en tientallen paardenbeeldjes. Het is onmogelijk te bepalen of de verering van Epona hier gebracht werd door de Romeinse bezetters, of dat ze al bestond onder de oorspronkelijke bevolking, maar aangezien de oorspronkelijke bevolking althans gedeeltelijk Gallisch was, is dat laatste niet onwaarschijnlijk.
Ze werd in ieder geval ook vereerd door soldaten uit de Lage Landen: een inscriptie, gevonden in Roemenië, werd gemaakt door het Ala I Tungrorum, dat grotendeels uit leden van de stam van de Tungri bestond.[2]

Vondsten in de Lage Landen.[3],[4]

Een interessant paar vondsten werd gedaan bij de Vlaams-Brabantse plaatsjes Asse en Elewijt. Hier werden respectievelijk twintig en vijftien paardenbeeldjes van terracotta gevonden in een duidelijk rituele context. In 1871, enkele jaren vóór de eerste vondst bij Asse werd er een artikel gepubliceerd dat een bron citeerde waaruit zou blijken dat er in de Romeinse tijd een heiligdom voor Epona stond bij het huidige Eppegem, opgericht door paardenhandelaren. De naam van Eppegem, dat maar 3 km van Elewijt en 19 km van Asse vandaan ligt, zou volgens deze bron afkomstig zijn van *Eponaheim, ‘thuis van Epona.’ Hoewel de auteur van het artikel niet wist dat er binnen enkele jaren in de nabije omgeving sporen van de verering van Epona zouden worden gevonden, is de historische waarheid van zijn bron twijfelachtig.[5] Er zijn in Eppegem wel sporen van Romeinse aanwezigheid gevonden, maar geen resten van een tempel. Het is ook onwaarschijnlijk dat Eppegem afkomstig is van *Eponaheim: het achtervoegsel -heim is Germaans van oorsprong, en de oudste vorm (966 CE) van de plaatsnaam is Ippingohaim, “woning van de lieden van Ippo.”[6] Dit is dus waarschijnlijk een geval van Romantisch 19e-eeuws wishful thinking, met een toevallige archeologische vondst in de buurt die er verder niets mee te maken heeft.

Er zijn ook enkele theorieën rond het idee dat de verering van Epona nog lang na de Romeinse tijd in België voortduurde, zij het in sterk veranderde vorm. S. J. De Laet maakt een verbinding met christelijke heiligen die met paarden geassocieerd worden, zoals de heilige Guidon van Anderlecht. Tegelijkertijd maakt hij een connectie met de folklore-figuur Kludde, die zich in verhalen als paard vermomt en mensen van zijn rug gooit. Kludde is een vorm van een nekker en wordt, net als Epona, dus ook geassocieerd met water. Volgens De Laet zou Epona met de kerstening zowel opgegaan zijn in paardenheiligen, als gedemoniseerd tot plaaggeest.[7] Dat zal nooit te controleren zijn, maar een interessante gedachte is het wel.

Referenties
[1] Nantonos & Ceffyl, Epona.net, bezocht op 5 mei 2020, http://www.epona.net
[2] CIL III 788
[3] “Beeld van Epona,” Rijksmuseum van Oudheden, bezocht op 4 april 2020, https://www.rmo.nl/collectie/collectiezoeker/collectiestuk/?object=119227
[4] Jan de Beenhouwer, “De Gallo-Romeinse terracottastatuetten van Belgische vindplaatsen in het ruimer kader van de Noordwest-Europese terracotta-industrie” (PhD dissertatie, Katholieke Universiteit Leuven, 2005), 36, 107, 245. https://lirias.kuleuven.be/bitstream/1979/189/2/deel1.pdf 
[5] J. Dheedene, “Nog eens over de paardenbeeldjes van Asse-Elewijt,” L’Antiquité Classique 29, no.1 (1960): 134-136. https://www.persee.fr/doc/antiq_0770-2817_1960_num_29_1_3683
[6] Gysseling, “Eppegem,” in: Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226), http://bouwstoffen.kantl.be/tw/facsimile/?page=324

[7] S. J. De Laet, “Survivances du culte d’Epona dans le folklore brabançon?” Latomus 10, no. 2 (1951): 177-80. https://www.jstor.org/stable/41516887
Mobiele versie afsluiten