Kabouters

Waar: bijna overal in de Lage Landen

Kabouters zijn heden ten dage nog altijd bekende en populaire wezens, maar ze worden al in de dertiende eeuw genoemd als cobbouden.[1] Het zijn kleine figuren die vaak een rode (punt)muts dragen. Binnen de Lage Landen staan ze bekend onder talloze namen, zoals rode wiemkes, alvermennekes en ierdmantsjes/aardmannetjes. De meeste kabouters zijn mannelijk, maar er zijn ook vrouwelijke kabouters. Die hebben vaak een specifieke naam, zoals haspelvrouwtjes.[2] Ze wonen op verschillende locaties, meestal in bergen of onder de grond, hoewel andere woonplaatsen ook voorkomen.[3],[4]

Er lijken twee hoofdsoorten kabouters te zijn. Sommige kabouters houden zich voornamelijk met hun eigen soort bezig. Ze hebben soms wel interactie met de mens, maar zoeken de mensen niet op.[5] De meeste kabouters echter hebben een actieve relatie met de mens. Een veel voorkomend motief is dat van de kabouters die mensen helpen met hun taken in en om het huis, zoals brood bakken, mest breken of de was doen. Soms doen ze dit gratis, in andere verhalen in ruil voor geld of voedsel.[6] De kabouters helpen de mensen echter alleen onder hun eigen voorwaarden, die soms pas duidelijk worden als de mensen zich er (onbewust) niet aan houden – bijvoorbeeld door de kabouters kleding te geven, slecht voedsel voor te zetten of ze te bespieden.[7] Vooral dit laatste vergrijp komt vaak voor. Vanaf dat moment is het afgelopen met de hulp van de kabouters. In sommige verhalen blijft het de mensen goed gaan,[8] maar in andere gevallen treft hen het ongeluk.[9]

In sommige verhalen gaat het ook andersom; dan roepen de kabouters de hulp van een mens in om als vroedvrouw een kabouterbaby de wereld in te helpen. De menselijke helper wordt beloond voor haar assistentie met goud[10] of hulp bij klusjes.[11] Kabouters kunnen echter ook plaaggeesten zijn – soms als wraak voor een slechte behandeling, soms schijnbaar uit het niets.[12]

Het woord kabouter is een uniek woord, binnen de Germaanse taalfamilie alleen direct verwant met het Duitse Kobold. Het eerste lid van het woord wordt teruggeleid op het Proto-Germaanse *kuba, wat zoveel betekent als ‘hut.’ Het tweede lid kan afkomstig zijn van *hulþo-, ‘goede geest,’ of van *walda-, ‘heerser.’[13] Een kabouter is dus de ‘houde van de hut’ of de ‘heerser van de hut.’

Het woord kabouter mag dan uniek zijn, kleine huisgeesten die mensen helpen onder hun eigen voorwaarden komen voor in geheel Europa en daarbuiten. In de Germaanse talen verschilt de naam voor deze geesten van plaats tot plaats – zo zijn er naast de kabouter onder andere de tomte en nisse in Scandinavië, de hob, brownie en dobby in het Verenigd Koninkrijk en de Wichtelmann in Duitsland. De grote verscheidenheid aan namen kan mogelijk verklaard worden door een taboe op het uitspreken van de ‘ware’ naam van de wezens. In het Proto-Germaans was er wellicht een gemeenschappelijke term voor de huisgeest, maar omdat het uitspreken van die naam hun aandacht of woede zou opwekken, verdween dat woord en bleven alleen de bijnamen over, die verschilden per plaats.[14]

Klik hier voor een kaart van de geografische verspreiding van kabouternamen, en hier voor een kaart van de eigenschappen van kabouters.


[1] De Natuurkunde van het Geheelal, r. 719, http://www.dbnl.org/tekst/_nat001natu01_01/_nat001natu01_01_0013.php
[2] Zoals in dit Noord-Brabantse verhaal: http://www.verhalenbank.nl/items/show/49845
[3] “Kabouters,” Meertens Kaartenbank, http://www.meertens.knaw.nl/kaartenbank/kabouters
[4] Zo trekken de rode wiemkes in dit West-Vlaamse verhaal rond: volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=13062
[5] In dit Noord-Brabantse verhaal is de mens alleen een boodschapper van nieuws in de kabouterwereld: http://www.verhalenbank.nl/items/show/50074
[6] In dit Antwerpse verhaal laten de kabouters zich betalen: volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=9302
[7] In dit West-Vlaamse verhaal bespiedt een vrouw de kabouters: volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=17728
In dit Noord-Brabantse verhaal krijgt een kabouter kleren: http://www.verhalenbank.nl/items/show/46551
Deze Belgisch-Limburgse boer zet de kabouters een schoenzool voor: volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=14840
[8] Zoals in dit Nederlands-Limburgse verhaal: http://www.verhalenbank.nl/items/show/10822
[9] Zoals in dit Belgisch-Limburgse verhaal: volksverhalenbank.be/mzoeken/zoeken_Detail.php?ID=9306
[10] Zoals in dit Zuid-Hollandse verhaal: http://www.verhalenbank.nl/items/show/32546
[11] Zoals in dit Friese verhaal: http://www.verhalenbank.nl/items/show/12138
[12] In dit Nederlands-Limburgse verhaal wreekt een slecht behandelde kabouter zich: http://www.verhalenbank.nl/items/show/13217
In dit Gelderse verhaal is een kabouter een lastpost zonder aanwijsbare reden: http://www.verhalenbank.nl/items/show/72555
[13] Etymologiebank, s.v. ‘Kabouter – (aardmannetje, kleine persoon),” etymologiebank.nl/trefwoord/kabouter
[14] Simon Roper, “The Elves and the Shoemaker,” YouTube video, 12:00, http://www.youtube.com/watch?v=HNd29yYK8V8

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: