Site pictogram Goden van eigen bodem

De Alaisiagae

De Alaisiagae waren godinnen die in paren vereerd werden. Of het om twee godinnen gaat, of meerdere godinnen die in losse tweetallen vereerd werden, is niet bekend. Ze werden vereerd door de stam van de Tuihanti, maar hun functie is onderwerp van discussie. Misschien waren ze verbonden met het recht en de rechtspraak, misschien waren het strijdgodinnen, verwant aan de Walkuren.

Foto van twee vliegende zwanen

Wat we weten

De Alaisiagae worden genoemd op een totaal van drie inscripties die gevonden zijn in het huidige Housesteads bij de Muur van Hadrianus.

De eerste inscriptie luidt: “DEO MARTI THINGSO ET DUABUS ALAISIAGIS BEDE ET FIMMILENE ET N(UMINI) AUG(USTI) GERM(ANI) CIVES TUIHANTI V(OTUM) S(OLVERUNT) L(IBENTES) M(ERITO),” oftewel “Aan de god Mars Thingsus en de twee Alaisiagae, Beda en Fimmilena, en aan de goddelijkheid van de keizer, hebben de Germaanse burgers van de Tuihanti hun belofte ingelost, gaarne en met reden.” De inscriptie staat op een pilaar, gevonden in 1883, waarop aan de zijkant een afbeelding staat van de god Mars en twee vrouwelijke figuren.[1] De geschatte datum van de pilaar is 122 tot 300 CE.[2]

In 1883 werd nog een inscriptie gevonden, op een votiefaltaar aan de Alaisiagae: “DEO MARTI ET DUABUS ALAISIAGIS ET N(UMINI) AUG(USTI) GER(MANI) CIVES TUIHANTI CUNEI FRISIORUM VER(COVICIANORUM) SE(VE)R(IANI) ALEXANDRIANI VOTUM SOLVERUNT LIBENT[ES] M(ERITO),” in het Nederlands: “Aan de god Mars en de twee Alaisiagae, en aan de goddelijkheid van de keizer, hebben de Germaanse burgers van de Tuihanti van de Friese cuneus van Vervovicium, van Severus Alexander, hun gelofte ingelost, gaarne en met reden.”[3] De steen wordt gedateerd op 222-235 CE.[4] Met “de god Mars” word hier mogelijk ook Mars Thingsus bedoeld, net als in de bovenstaande inscriptie.

Tot slot werd in 1920 een derde votiefsteen gevonden met de inscriptie: “DEABUS ALAISIAGIS BAUDIHILLIE ET FRIAGABI ET N(UMINI) AUG(USTI) N(UMERUS) HNAUDIFRIDI V(OTUM) S(OLVIT) L(IBENS) M(ERITO),” oftewel: “Aan de godinnen Alaisiagae, Baudihillia en Friagabis, en aan de goddelijkheid van de keizer, heeft de eenheid van Hnaudifridus zijn belofte ingelost, gaarne en met reden.”[5] Ook deze steen wordt gedateerd op 122-300 CE.[6]

Theorieën

Hoewel er geen inscripties van de godinnen zijn gevonden in de Lage Landen, leefden de Tuihanti, die op twee van de inscripties worden vermeld, in het huidige Twente. Ook de naam Hnaudifridus is vermoedelijk van Tuihanti- of Frisii-afkomst.[7] Het is dus alleszins mogelijk dat de Alaisiagae vereerd werden op Nederlandse bodem.

Uit de inscripties blijkt dat de Alaisiagae steevast in paren vereerd werden – Beda en Fimmilena, Baudihilia en Friagabis, duae Alaisiagae. Het is mogelijk dat dat het hier gaat om een enkel paar godinnen, en dat bijvoorbeeld Beda en Baudihilia twee namen zijn voor de ene godin, en Fimmilena en Friagabis naar de andere godin verwijzen. De namen zijn Germaans van oorsprong, wat overeenkomt met de herkomst van de mensen die de inscripties schreven.

De theorieën rond de Alaisiagae zijn onder te verdelen in twee kampen. Het ene kamp interpreteert de Alaisiagae als godinnen van het recht, het andere ziet ze als strijdgodinnen, verwant met de Walkuren.

Een aantal aanwijzingen duiden op een connectie met de rechtspraak. Op een inscriptie worden de Alaisiagae Beda en Fimmilena genoemd naast Mars Thingsus, de god van de rechtspraak. De namen Beda en Fimmilena zouden verwant kunnen zijn met de de Friese rechtstermen bodthing, ‘dagvaarding,’ en fimelthing, ‘oordeel.’ Zo zouden Beda en Fimmilena Mars Thingsus begeleiden als god van de rechtspraak.[8]

Aan de andere kant zijn er aanwijzingen voor een associatie met strijd. De naam Baudihillia is verklaard als ‘overwinningsstrijdster’ (zie ook Baduhenna), terwijl Friagabis ‘vrijgevig’ zou betekenen, wellicht ‘vrijgevig met buit.’[9] Ook is deze naam wel verklaard als ‘de vrijheid schenkende.’ Jan de Vries noemt de etymologie van Baudihillia  “weinig overtuigend,” maar neemt wel de verklaring van Friagabis over.[10] Daarnaast was Mars een oorlogsgod, en wellicht gold dat ook voor Thingsus. Het feit dat de drie vermeldingen van de Alaisiagae werden gevonden bij de Muur van Hadrianus, duidt er tevens op dat ze vereerd werden door militairen.

De benaming Alaisiagae zelf geeft ook geen uitsluitsel. Als de naam Germaans is, zou hij verbonden kunnen zijn met de Oudnoorse woorden eisa of eira, die als betekenis voor Alaisiagae respectievelijk ‘de Verschrikkelijke Aanstormenden’ en ‘de Algeëerden’ zouden opleveren.[11] De eerste verklaring zou goed passen bij strijdgodinnen, maar alle theorieën zijn betwist.

Al met al is het nog allerminst zeker wat de (hoofd)functie van de Alaisiagae was. Vanzelfsprekend is het mogelijk dat de godinnen een dubbele functie hadden, of dat de functies met elkaar verweven waren. Wellicht gaat het ook niet om één paar godinnen, maar om meerdere paren die elk een eigen rol hadden.


[1] “RIB 1593,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1593
[2] “HD070768,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD070768
[3] “RIB 1594,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1594
[4] “HD070769,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD070769
[5] “RIB 1576,” Roman Inscriptions of Britain, https://romaninscriptionsofbritain.org/inscriptions/1576
[6] “HD026419,” Epigraphic Database Heidelberg, https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de/edh/inschrift/HD026419
[7] J. E. Bogaers, “Een Bataaf in Dalmatia,” Numaga: Tijdschrift Gewijd aan Heden en Verleden van Nijmegen en Omgeving 13, 4, (1966), 165. https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/26467/26467
[8] B. H. Stolte, “Die religiösen Verhältnisse in Niedergermanien,” in Religion (Heidentum: Religiösen Verhältnisse im Provinzen), ed. Wolfgang Haase (Berlijn: De Gruyter, 1986), 656. sci-hub.tw/10.1515/9783110861464-012
[9] Ibid.
[10] Jan de Vries, “Weibliche Gottheiten,” in Altgermanische Religionsgeschichte. Bd. 2 Die Götter – Vorstellungen über den Kosmos – Der Untergang des Heidentums (Berlijn: De Gruyter, 1970), 317. https://sci-hub.tw/10.1515/9783110855197.288.
[11] Idem, 317.
Mobiele versie afsluiten